Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik heb gemeend, mij tot de algemeene leerstukken te moeten bepalen. Wie deze goed onder de knie heeft, heeft met het bijzonder, gedeelte van het strafrecht niet de minste moeite. Dit bijzonder gedeelte is bovendien reeds meermalen op uitstekende wijze behandeld geworden (zie Literatuuropgave), zoodat een nieuw werk daarover vrijwel overbodig kan worden genoemd. Ditzelfde kan van het algemeene gedeelte niet gezegd worden. - Dat bij de behandeling der algemeene leerstukken meermalen tal van bijzondere strafrechtbepalingen ter sprake moesten worden gebracht — zoowel in het Stwb. I. als elders voorkomende, — alsmede verschillende andere wettelijke voorschriften, hiermede verband houdende, behoeft geen betoog. Het achter dit werk voorkomend Register geeft daarvan rekenschap. Om aan het boek niet te grooten omvang te geven, heb ik daarbij met de speciaal voor de buitenbezittingen geldende bepalingen' geen rekening gehouden.

Daar de Regeeringsuitgave van het Ontwerp geheel is uitverkocht, is thans daarvan eene nieuwe uitgave, met verwijzing naar de overeenkomstige artt. van het Nederlandsche Wetboek van strafrecht, alsmede naar die van de voornaamste Indische wetboeken en andere algemeene verordeningen echter zonder de memorie van toelichting — bij de uitgevers van dit werk in bewerking; zij zal spoedig het licht zien.

Ten slotte houdt ondergeteekende zich ten zeerste aanbevolen voor mededeeling van alle op- en aanmerkingen betreffende dit werkje, in de eerste plaats voor toezending van een afdruk van eventueele besprekingen in vaktijdschriften.

Maoèlang, Februari 1908.

F. D. E. VAN OSSENBRUGGEN.

Sluiten