Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v. d, werking der strafwet naar

vólkomen gemotiveerd door de overweging, dat het niet aangaat op eenig delict een straf toe te passen, waarvan de Staat zelf, in de uitoefening zijner wetgevende functie, de te groote strengheid had erkend. Summum ju* zou hier mtwma injuria zijn!

Deze zelfde overweging moest in nog sterkere mate leiden tot de bepaling, dat geen straf mag worden opgelegd wegens eene, vóór de invoering van het Stwb. I. gepleegde strafbare handeling, indien deze volgens dat Stwb. niet meer als strafbaar kan worden aangemerkt. M. a. w. indien eene gedraging behoorende tot eenig onderwerp hetwelk bij de vroegere wetgeving zoowel als bij het Stwb. 1. geregeld is, volgens het oude recht wél, maar volgens het Stwb. niet in de termen valt van „strafbare handeling," zoo zal zij niet worden gestraft. Dit is de bedoeling van het 3e lid van a. 1 Ov. Stwb. I. >) (Men vergelijke, wat in S 2h t. a. v. art. 388 Stwb. I. is opgemerkt).

§ 27. Omvang Boven is reeds gezegd, dat de hier behandelde vraag veel

te eng is gesteld. Die vraag luidt algemeen aldus: Indien eenig

t'pit is; PAO'( 1 v/wit'' ilf» in vrruii'infr \;un ouita i» i /n i ittü cfun+'k/»

den tijd vol- ^

gens ontw. paling, doch eerst daarna wordt berecht, welk recht moet men dan toepassen? De beantwoording dezer vraag nu, vormt een algemeen leerstuk van strafrecht omtrent den omvang van de werking eener strafbepaling naar den tijd. In het Ontw. is dit. geregeld in art. 1.

Het Ontw. stelt voorop, dat eene gedraging slechts strafwaardig kan zijn krachtens wettelijke bepaling, en voegt erbij, dat deze bovendien aan zulk eene gedraging vooraf moet gaan: „Geen feit is strafbaar, dan uit kracht van eene daaraan

') Dit 8e lid i» minder gelukkig geredigeerd. De wetgever bedoelt dit te zeggen: Indien liet Swb. geene straf bedreigt tegen eene gedraging, welke volgens eene vroegere bepaling wèl strafbaar gesteld was. zoo zal na de invoering van het Swb. daarvoor geèn straf meer worden opgelegd, tenzij die gedraging gerekend kan worden tot eenig onderwerp te behooren waarin het Stwb. in het geheel niet voorziet, in welk geval die oude bepaling volgens a. 388 Swb. I. immers nog van kracht blijft.

Het omgekeerde geval, dat eenige gedraging volgens het Swb. wèl, volgens het. oude recht niet strafbaar is, valt buiten deze regeling. Zoo'n gedraging vormt eerst, na de invoering van het Swb. een delict en kan dus slechts gestraft worden indien zij na dat tijdstip plaats heeft, Uitdrukkelijk is zulks in onze wet nergens gezegd, ook niet in a. 88 R.R.; deze stelling wordt echter algemeen aangenomen.

Sluiten