Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel ook op buitenslands gepleegde delicten; verder, of die toepassing ten aanzien van de personen door wie, en van de rechtsbelangen, tegen welke eenig delict wordt gepleegd, al dan niet beperkt behoort te worden. Hieromtrent bestaan vier algemeene beginselen:

I. Het territorialiteitsbeginsel: de strafwet is toepasselijk op alle binnen liet grondgebied van den Staat, door of tegen wien ook, gepleegde delicten.

II. Het actieve nationaliteits- of personaliteitsbeginsel: de strafwet werkt tegen alle onderdanen van den Staat, die, waar en tegen wien ook, zich schuldig hebben gemaakt aan eenig delict.

III. Het passieve, nationaliteits- of personaliteitsbeginsel: de strafwet wordt toegepast op alle delicten, waardoor eenig rechtsbelang van den titaat wordt geschaad, waar en door wien ook gepleegd.

IV. Het universaliteitsbeginsel: de strafwet is toepasselijk op alle delicten zonder onderscheid, waar, tegen en door wien ook gepleegd.

De meeste Staten nemen het eerstgenoemd beginsel als regel.

De Staat handhaaft de rechtsorde binnen zijn gebied, straft dus alle binnen zijn gebied gepleegde handelingen, die door zijne wetten strafbaar zijn gesteld, zonder eenig onderscheid. Dit beginsel is echter niet voldoende. Immers, het gaat niet aan, dat een onderdaan, in den Vreemde een delict gepleegd hebbende, in zijn land straffeloos zou kunnen rondloopen, terwijl zijne uitlevering aan den vreemden Staat uitgesloten is (zie beneden). Evenmin gaat het aan om elk in den vreemde tegen nationale belangen gepleegd delict ongestraft te laten! Het eerste beginsel dient derhalve met het tweede en derde te worden aangevuld, doch alleen t. a. v. ernstige gevallen.

Het vierde beginsel vindt het minst toepassing, daar internationale rechtsbelangen zeldzaam zijn.

Zoowel de geldende wetgeving als het Ontw. volgen dit stelsel. De thans daarover handelende bepalingen vinden wij in

artt. 25', 32, 33, 33a en 34 A. B. ') ') Art. 33a ingelascht bij Stbl. 1884 no. 215,

Sluiten