Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onder ingezetenen verstaat de Ned.-Indische wetgeving allen die hun woonplaats in Ned.-Indië gevestigd, hebben, èn daartoe schriftelijk verlof hebben bekomen, op Java en Madura van den Gouverneur-Generaal, elders van den hoogsten gewestelijken gezaghebber; welk verlof echter niet vereischt wordt voor:

a. degenen, die van 's Rijks wege naar Ned. Indiëgezonden zijnh. degenen, die alhier geboren zijn;

c- vrouwen die hare echtgenooten vergezellen of zich naar

hare alhier gevestigde echtgenooten begeven; d. minderjarigen, die hunne ouders of voogden vergezellen, of wier ouders of voogden alhier verblijt houden;

in de twee laatste gevallen indien die echtgenooten, resp. ouders ot voogden Indische ingezetenen zijn of worden, De twee laatste bepalingen (sub c en d) gelden niet t. a. v. Vreemde Oosterlingen »)• Men ziet, dat ook Nederlanders het verlof tot vestiging behoeven. '

Wie Nederlanders zijn, regelt de Nederlandsche „wet op het Nedei landersehap en het (Nederlandsch) ingezetenschap" (Ned. H.bl. 1892 no. 268). Daar eene nationaliteitswet uit den aard der zaak internationaal-werkende kracht bezit, is a. 107 R. R. feitelijk overbodig, terwijl het feit, dat deze wet niet in het Ind. Stbl. is afgekondigd, van geenerlei invloed kan zijn.

§ 30. Omvang Na deze opmerkingen kunnen wij de regeling betreffende

Nedjnd^sche straf- der werking van de Indische strafwet verder

gemakkelijk begriinen

wet naar de plaats, •' lJOJ volgens geldend ,

A. B. dan, stelt het territorialiteitsbeginsel voorop: de recht. strafwet is verbindende voor allen, die zich in Ned.-Indië, ») bevinden, hoe tijdelijk ook: zij is m. a. w. toepasselijk op alle

binnen Ned. Indië, door wien en tegen wien ook, gepleegde delicten.

'y lnoet men de onduidelijk gestelde bepalingen van artt. 105 en

106 RJR., en a. 7 Stbl. 1872 no. 38jo. Stbl. 1872 no. 40 m. i. verstaan. Voor Europeanen is verder nog bepaald, dat eene, benoeming in 'slands dienst door den G. G. ot in de buitenbezittingen door den hoogstel) gewestelijken gezaghebber geacht wordt de schriftelijke versranninff tot vestiging m te houden. B

) Tot liet gebied van Ned. Indië wordt gerekend de kustzee over eene breedte van drie zeemijlen van af de laagste waterlijn.

Sluiten