Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zake van eenig feit, ten aanzien waarvan dader of deelnemer bij vonnis van den buitenlandsellen rechter reeds is vrijgesproken of veroordeeld en gestraft geworden ').

§ 31. Omvang Het Ontwerp behandelt dit leerstuk in art. 2—9. In beginsel

V. d. werking der komt deze regeling op hetzelfde neer als de thans bestaande;

Ned.-Ind strafwet zij is echter meer uitgewerkt, en beter geredigeerd. Het stel-

naar de plaats vol- , '

gens Ontw. se van et ()lltw- 18 111 hoofdzaak het volgende:

I. Op den voorgrond staat ook hier het territorialiteitstelsel: de Ned. Indische strafwet is toepasselijk op ieder die zich binnen Ned. Indië aan eenig deliet schuldig maakt (a. 2. Ontw). Tot dit beginsel behoort ook de in art. 3 vervatte bepaling, alwaar de internationaal-rechtelijke regël „schip is territoir" toepassing vindt 2)

II. Dit beginsel wordt, met toepassing der drie andere beginselen, aangevuld door toepasselijk verklaring der NederlandsChIndische strafwet t. a. v. buiten Ned. Indië gepleegde delicten:

a. op iedereen, die zich schuldig maakt:

1" aan een der in artt. 94—100, 111, en 114—117 3) omschreven misdrijven (d. z. de voornaamste tegen de veiligheid van den Staat en de koninklijke waardigheid 'gerichte misdrijven);

2e aan eenig misdrijf ten opzichte van in Indië wettig gangbare muntspecien en muntbiljetten, of door de regeering uitgegeven zegels en merken; aan valschheid in Ned.Indische schuldbrieven, certificaten, enz. 4) of' in Ned. Indische bankbiljetten, of aan het opzettelijk gebruik maken van dergelijke vervalschte stukken;

5''aan een der delicten, bedoeld in art. 393 jo. 397 (zeeroof) en 400 (het in de macht brengen van zeeroovers).

') Eene toepassing van den algemeenen regel: „Ne bis in idem."

2) \\ at onder Nederlandsclie en Ned. Indische schepen wordt verstaan, zegt art. 84 v. Ontw., terwijl men in art. 83 de wettelijke beteekenissen vindt van de termen schipper, opvarenden en schepelingen.

*) Aldus moeten deze artt. luiden blijkens vergelijking met het Nederlandsclie Swb., en met het Swb. Eur. van 1898 (Stbl. no. 175).

4) De schuldbrieven enz. door gemeenten en zelfstandige gewesten óf deelen daarvan uit te geven, zullen nader in deze bepaling moeten worden opgenomen.

Sluiten