Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lii 1 en 2e is het passief nationaliteitsbeginsel, in 3 het universaliteitsbeginsel gehuldigd: zie a. 4 Ontw., verg. a.

32 en -33" >Wrbri".^5 i. op den Néd.-Indisehen ingezetene, die zich schuldig maakt aan: eenig misdrijf tegen de veiligheid van den Staat en de Koninklijke waardigheid (titel I en II van het 2L boek) en een der in artt. 207, 238, ') 403 en 404 genoemde misdrij-

ven (betreffende het zich Of een ander opzettelijk ongeschikt maken voor de schutterij enz., het dubbel huwelijk, en

de kaapvaart.) ?)

2e eenig delict, hoe ook genaamd, dat door de Ned. Indische strafwet als misdrijf wordt beschouwd, indien het volgens de wet van het land waar het begaan is ook een delict vormt; de doodstraf kan in dit geval echter slechts worden opgelegd, indien het delict zoowel hier, als waar het gepleegd is, met deze straf is bedreigd; terwijl de vervolging ook kan plaats hebben, indien de dader eerst na het plegen van het misdrijf ingezetene is geworden en zijne uitlevering volgens de desbetreffende bepalingen (zie § 32) is

uitgesloten. • • .

In deze beide nummers is het actief nationaliteitsbe-

ginsel gehuldigd; zie artt. 5 en 6 Ontw.; verg. a. 33

-Stwbr~f. A3

c. op den Ned.-Jndischen ambtenaar (verg. a. 82 Ontw.), die zich schuldig maakt aan ambtsmisdrijven (titel XXIX Boek II): eveneens het actief nationaliteitsbeginsel; zie a. 7 Ontw.

d. op den schipper en de opvarenden van een Ned. Indisch vaartuig, die zich schuldig maken aan scheepvaartmisdrijven of scheepvaartovertredingen (titel XXX Boek II en titel IX

i) Ook hier heeft de Ontwerpei' zich in <le cijfers der artt. vergist, door artt. 206 en '237 te schrijven.

ï) De twee op kaapvaart betrekkelijke artt. 403 en 404 zijn echter slechts toepasselijk op den Ned.-Indtechen onderdaan, d. i. volgens a. HO Ontw. ieder die in de Nederlandsche koloniën of bezittingen in andere iverelddeelen uit aldaar gevestigde ouders is geboren.

Het begrip „ingezetene" wordt hierdoor dus belangrijk mgekiompen Voor deze delicten; zoo ook voor die van artt. 105 en 106. Verg. voor dit begrip „Ned. Indische onderdaan" § 29, n. 1-

Sluiten