Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De in liet Swb. I. genoemde gevolgen, waarvan verscheidend niets met de eer te maken hebben, zijn van drieërlei aard:

a. De tot de hier bedoelde straffen veroordeelden mogen vooreerst geene beëedigde verklaring in rechten afleggen, in strafzaken in geen geval, in burgerlijke zaken indien zij door een der partijen gewraakt worden, noch als getuige, noch als deskundige. ')

Verder zullen zij niet mogen fungeeren als getuige bij het opmaken eener openbare akte;

geen voogd of curator kunnen zijn;

niet kunnen dienen bij leger, schutterij of andere gewapende vereeniging (art. 16 Swb. I.)

b. Degenen die dwangarbeid in den ketting ondergaan verliezen gedurende hun straftijd het beheer over hunne goederen; zoo noodig wordt door den burger!ijken rechter een curator benoemd, die na afloop der straf natuurlijk tot het doen van rekening en verantwoording verplichtis (artt. 17 18 Swb.)

c. Aan hen 2) mogen gedurende hun straftijd geen geld of levensbehoeften uit eigen middelen (evenmin natuurlijk uit anderer middelen) worden verstrekt, behoudens eventueel hierop bij de in a. 15 bedoelde ordonnancie te maken uitzonderingen (art. 19 Swb. I.) In afwachting dezer ordonnancie kan, volgens a. 4 Ov. Swb. I., in bijzondere omstandigheden, zooals van hooge bejaardheid, ziekte of lichaamsgebreken, de burgerlijke rechter, die den sub b bedoelden curator heeft benoemd, toestaan, dat den veroordeelde eenige onderstand wordt verleend, door tusschenkomst van het betrokken bestuurshoofd.

De sub a en b genoemde gevolgen ondergaan ook de aanzienlijke Inlanders, die tot wegzending naar een oord van ballingschap in plaats van tot dwangarbeid in den ketting veroordeeld zijn, terwijl alle genoemde gevolgen voor vrouwen

') „Noch als tolk", voegen wij erbij; zie artt. 135 jo. 1.68, en 275 jo. 269 ï. R., beide in verband' met. art. 891 Swb. I., benevens de met eerstgenoemde 4 artt. overeenkomende artt. van B. Rv. en Sv.

2) Het art. zegt: „Aan den tot dwangarbeid i. d. k. veroordeeldelees: „aan hem, die dwangarbeid i. d. k. ondergaat"; immers het geldt eveneens voor de tot doodstraf veroordeelden, wier straf bij wege van gratie in

dwangarbeid i. d. k. veranderd is geworden.

Sluiten