Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d. bepalingen waarbij bijzondere goederen voor de geldboete

executabel zijn verklaard. ')

Ten aanzien van deze geldboeten wordt het stelsel van artt. 328 v.v. I. R. nog toegepast.

2e. De geldboeten door districts- of regentschapsgerechten opgelegd, ten aanzien waarvan artt. 107 en 117 I. R. blijven gelden. ■>e- geldboeten door den politierechter opgelegd, t. a. z. waarvan Stbl. 1X74 no. 251 blijft gelden (artt. 6 en 7 Stbl. 1898 no. 50.)

Stbl. 1898 no. 50 houdt verder nog de volgende bepalingen in: ten le. dat de subsidiaire straf steeds wordt aangemerkt als geldboete (vooral met het oog op benoembaarheid tot desahoofd van belang {art 2) 2).

ten 2e. dat vreemdelingen den termijn van betaling van 2 maanden niet genieten (art. 3);

ten Se. eene bepaling omtrent de plaats, waar de subsidiaire

stra+' moet worden ondergaan (art. 4);

ten 4e. de veroordeelde kan, als hij dit wenscht, dadelijk de subsidiaire straf ondergaan. Door betaling van degeheele boete of een deel daarvan kan hij zich onttrekken aan de subsidiaire straf resp. voor het geheel of een evenredig deel (art. 5).

De hier genoemde bepalingen mag men m. i. analogisch toepassen bij oplegging der in artt. 107, 117 en 371 "I.R. geregelde subsidiaire straffen. 3)

Terwijl de regeling van artt. 328 v. v. I. R. vóór 1898 den regel vormde, is zij thans dus nog sléchts bij wege van uitzondering toepasselijk op de boven sub. le genoemde gevallen. De tegenwoordige regeling blijkt in het kort uit het navolgend staatje:

') Deze bepalingen vindt men dikwijls in fiskale verordeningen, maar ook we] in andere. Zie b.v. SM. 1905 no. 370, a. 55 (stoomvaart reglement), Sbl. 1882 no. 73, a. 7. (zoutmonopolie), SbL 1901 no. 210 ten tweede (onttrekking v. koffie aan het Gouvernement), Sbl. 1882 no. 240, a. 13.

2) Verg. § 41, op het eind.

3) Men vervarre niet de geldboeten vooral niet de gerechtskosten, waartoe de tot straf veroordeelde mede verwezen wordt; deze moeten steeds door beslagname en publielcen verkoop worden verhaald op de goederen van den veroordeelde; zelfs lijfsdwang vindt hierbij geen toepassing (ziea. 8281. R, in welk artikel—alléén van kosten nevens geldboete, sprake is).

Sluiten