Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en tevens de bepaalde gedraging, waardoor dat ongewenschte gevolg moet zijn veroorzaakt. Zoo is b.v. het veroorzaken van ziekte (hetzij gedurende 20 dagen of minder, hetzij gedurende meer dan 20 dagen) strafbaar, indien zij het gevolg is van het moedwillig toe brengen van slagen of kwetsuren a. 225, 227 Swb. I.), en anders niet, volgens het bestaande recht. Zie verder b.v. nog art. 3 nos. 10, 11. 12. Pol. 1.

§6], De onrecht- Eene gedraging, waardoor men eene rechtsnorm overtreedt, matigheid v. e. vormt steeds een onrechtmatige gedraging, hetzij daarop al dan delic>- niet straf is bedreigd; m. a. w. een delict wordt steeds door eene

Omstandigheden, onrechtmatige gedraging gevormd, inaar niet elke onrechtJ elem®ntenv'e' matige gedraging vormt een delict. Wij weten immers, dat onrechtmatige gedragingen als regel zelfs niet strafbaar zijn, maar eerst indien en voorzoover eene wettelijke bepaling hare strafbaarheid uitdrukkelijk vaststelt.

Betrekkelijk zelden echter wordt eene gedraging geheel op zich zelf, zonder meer, strafbaar gesteld. Want zelden is eene gedraging op zich zelf, ook al is zij nog zoo onrechtmatig, van dien aard, dat straf daarop moet worden bedreigd; meestal moeten daartoe nog andere omstandigheden bijkomen, waaronder de gedraging moet hebben plaats 'gevonden. Dergelijke omstandigheden zullen dan in de omschrijving van het delict moeten worden opgenomen en daarvan elementen vormen.

Vooreerst toch kunnen er omstandigheden bestaan, die eene op zich zelve rechtmatige gedraging (welke niet altijd tevens zedelijk behoeft te zijn! tot eene onrechtmatige, maken, en den wetgever nopen, haar alsdan strafbaar te stellen. Zoo b. v. is het visschen in openbare wateren over het algemeen niet onrechtmatig, wèl echter o. a. als het geschiedt niet een ander werktuig dan den hengel in bepaald dooi' het bestuur aangewezen rivierdiepten (a. § no. 16 Pol. 1., bij Stbl. 1907 no. 8 aan het Pol. I. toegevoegd); zoo is de schending der eerbaarheid op zich zelf niet onrechtmatig (ofschoon onzedelijk) maar wèl, indien zij in het openbaar geschiedt (a. 248 Swb. I.); evenzoo is het opzettelijk onder eede afleggen eener valsehe verklaring in het algemeen niet onrechtmatig, wèl echter indien zulks geschiedt in gevallen, waarin een wettelijk voorschrift

Sluiten