Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§77. Het oordee des onderscheids.

•gepaard gaande -begeerten, bij denzencten mensen m wtyu uw elkaar komen, en de eene begeerte alsdan moeten wijken voor de andere; dikwijls zullen voor de vervulling der begeerten eenvoudige gedragingen niet meer voldoende zijn, maar gecompliceerde plannen gemaakt moeten worden.

De oorzaak van dit alles is voornamelijk te zoeken in het feit, dat men er zich hoe langer hoe meer van bewust wordt, dat men niet geheel vrij is om te doen en te laten wat men wil, omdat men niet de eenige persoon is, die het recht heeft om te willen. Alleen een Robinson Crusoë op zijn eiland mag alles willen, wat hem belieft. In eene Maatschappij echter heeft men zich te storen aan zijne medemenschen; elk mensch heeft het recht, om te trachten, door bewuste gedragingen bepaalde oogmerken te bereiken — mits men ditzelfde recht ook voor ieder ander erkent en behoorlijk daarmede rekening houdt.

De verschillende door de menschen nagestreefde oogmerken zullen dikwijls met elkaar in conflict geraken; maar aan den anderen kant hebben de menschen, zooals wij reeds in het eerste hoofdstuk zagen, Voor de behoorlijke bevrediging hunner behoeften elkaar noodig, zoodat ook veel overeenstemming

van wil gevonden wordt.

Door een en ander ontstaan er tal van nauwere ol lossere banden, die de in eene Maatschappij levende menschen aan elkaar verbinden, waardoor zij tegenover elkaar eenerzijds rechten kunnen doen gelden, anderzijds echter tot het ver\ uilen van verschillende plichten gehouden zijn.

Die rechten en plichten zijn van zeer verschillenden aard, al naar gelang van de betrekking, die tiTschen den eenen en den anderen mensch bestaan. Zoo heeft men rechten en plichten als ambtenaar, als vader, als echtgenoot, als burger, als mensch in het algemeen, enz. Wat de plichten betreft, deze leggen den mensch een zekeren dwang op ten aanzien zijner gedragingen; hij is daarin niet geheel vrij; zekere gedragingen zijn hem geboden, andere weer verboden, een en andere hetzij dooide zeden en gewoonten, hetzij door het recht.

Het spreekt van zelf, dat men niet opeens tot het besei komt van de maatschappelijke plichten, die men te vervullen heeft. Indien het jeugdige kind in een winkel eenig speelgoed ziet

Sluiten