Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

h l t ï

C {

K

5 i

§ 83. Oneigenlijke doius eventualis.

iervoor vormt wederom de mishandeling. Het opzettelijk toeirengen van slagen zonder meer is in art. 230 Sicb. I. stratiaar gesteld; heeft dit echter ziekte of onbekwaamheid tot lersoonlijken arbeid van twintig dagen of minder, dan wel ran meer dan twintig dagen ten gevolge, zoo heeft men zich tan de gequalificeerde misdrijven van artt. 227 of 225 schuldig jemaakt. Andere voorbeelden vindt men in artt. 165, 231, 267 ït-wb. ƒ.; artt. 305 en v.v., 301 en v. Ontw., enz. Zelfs kan mik een gevolg in niets anders bestaan dan in het gevaar ') roor menschenlevens of (volgens het Ontw.) zelfs voor joederenbeschadiging (zie b. v. art. 357 Swb.I., a. 3 Sbl. 1876 io. 135 en Sbl, 1875 no. 214; art. 155 en v. v. Ontw.)

Ofschoon in deze gevallen het opzet niet op het gevolg gericht behoeft te zijn, mag toch niet alle schuldverband tusschen daad en gevolg ontbreken; evenwel is het geringste schuldverband daartoe voldoende. Het gevolg moet nl. in het algemeen te voorzien zijn geweest. Was dit niet het geval, zoo mag dc dader er ook niet verantwoordelijk voor worden gesteld; eene andere opvatting zou strijden met de allereerste beginselen van strafrecht en mag t.a.v. zulke zware misdrijven niet worden aangenomen. Stel b.v. dat iemand een ander opzettelijk zulk een slag toebrengt, dat deze op den grond tuimelt; indien dit nu in een druk bereden straat gebeurt en de mishandelde door een wagen wordt overreden, zoodat zijn arm wordt vcibrijzeld, zoo zal de dader voor dit ongewilde, maar toch te voorzien gevolg verantwoordelijk zijn; indien echter toevallig op de plaats, waar de mishandelde kwam te liggen, een klapper uit den boom valt en zijn arm verbrijzelt, zoo zal men dit gevolg den dader wel niet kunnen toerekenen.

Het geval doet zich wel eens voor, dat men een bepaald beoogd doel niet anders kan bereiken, dan door tevens een ancler, en wel .strafbaar gevolg in het leven te roepen. Niettegenstaande men dit andere gevolg voorziet, laat men zich daardoor toch niet van (de handeling, noodig ter bereiking van het beoogde doel, afbrengen. De vraag doet zich dan voor of en in hoever men geacht moet worden, dat andere

i) Gevaar beteokent: groote kans voor eenig onheil.

Sluiten