Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 96. Onder scheid tusschei beide soorten vai uitsluitingsgronden.

plichtigheid sprake zijn aan een feit, hetwelk dengeen, die het direct veroorzaakt heeft, niet toegerekend kan worden, of waartoe deze gerechtigd of verplicht was; wèl daarentegen aan z.g.n. familiediefstal (zie art. 298 Swb. ƒ., a. 323 Ontu:.\ verg. § 62).

Het Ontw. nu (in navolging van het Nederlandsche Strafwetboek) heeft ten onrechte zoowel de gronden tot uitsluiting der toerekenbaarheid, als die tot uitsluiting der wederrechtelijkheid (rechtvaardigingsgronden) beschouwd als gronden tot uitsluiting der strafbaarheid; het heeft ze in den IIIen Titel van het Ie Boek samen behandeld onder het hoofd „uitsluiting enz. der strafbaarheid." Een zuiveren strafuitsluitingsgrond vindt men in dien geheelen titel niet; en dat spreekt wel van zelf, omdat een algemeene strafuitsluitingsgrond uit den aard der zaak onbestaanbaar is.

Ten aanzien dezer aangelegenheid heeft de ontwerper van 1 het Nederlandsche Strafwb. zich verder nog vergist, door de 1 rechtvaardigingsgronden te beschouwen als gronden tot uitsluiting der toerekenbaarheid. Blijkens de Mem. v. Toel. toch zouden, volgens den ontwerper, twee soorten van oorzaken bestaan, die de toerekenbaarheid, en dus ook de strafbaarheid, uitsluiten: a. oorzaken die in den deelnemer aan het feit zeiven aanwezig zijn, nl. abnormale toestand der geestvermogens en jeugdige leeftijd; en b. oorzaken, die van buiten worden aangebracht, nl. overmacht, noodweer, wettelijk voorschrift en ambtelijk bevel (z.g.n. inwendige en uitwendige, subjectieve en objectieve oorzaken).

Deze beschouwing is onjuist, tenzij men aan „toerekenbaarheid" eene geheel ongebruikelijke beteekenis wenscht toe te kennen, wat echter tot verwarring aanleiding zou kunnen geven. Het is duidelijk, dat een grond tot uitsluiting der toerekenbaarheid steeds in den mensch gezocht moet worden, daar toerekenbaarheid in het nauwste verband staat met schuldigheid.

Eene niet toerekenbare handeling behoeft niet rechtmatig te zijn, noch eene rechtmatige handeling niet-toerekenbaar; beide begrippen moet men streng van elkaar onderscheiden, hoewel zij elkaar niet behoeven uit te sluiten. Wanneer' de beul een ter dood veroordeelde ophangt ter uitvoering van een wettelijk

Sluiten