Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eene gedraging is slechts toerekenbaar aan een toerekeningsvatbaar mensch, d. i. een mensch, die de uiterlijke omstandigheden, waarin hij zich bevindt, begrijpen kan, zich eene heldere voorstelling kan maken van de verhoudingen, die tusschen hem en de buitenwereld bestaan, en bewust daarnaar zijne gedragingen kan inrichten. Hiertoe moeten, naar wij zagen, zijne geestvermogens vooreerst eene behoorlijke ontwikkeling hebben doorloopen; maar bovendien moeten zij daartoe geheel normaal zijn.

Hoe weten wij nu, of iemands geestvermogens normaal, dan wel abnormaal zijn'? Deze vraag zal in hoofdzaak beantwoord moeten worden naar de uitingen van den geest, m. a. w. naar iemands gedragingen. ')

De mensch eenerzijds, de buitenwereld anderzijds, oefenen voortdurend over en weder invloed op elkaar uit; beurtelings nl. veroorzaken de buiten den mensch bestaande omstandigheden bepaalde gedragingen, en brengen menschelijke gedragingen bepaalde omstandigheden teweeg; men drukt dit uit door te zeggen, dat er tusschen beide eene voortdurende wisselwerking bestaat. Die omstandigheden nl. dringen door tot 's menschen bewustzijn en wekken bij hem zekere gevoelens op, die wederom tot handelen, d. i. tot ingrijpen in die omstandigheden, leiden. Bij eene gedraging van den mensch komen derhalve al zijne geestvermogens in werking — zooals wij trouwens reeds in liet begin van het vorig hoofdstuk zagen. Dit nu geschiedt bij alle menschen op ongeveer dezelfde wijze, m. a. w. de menschelijke geest functioneert volgens vaste wetten. 2) Vandaar, dat de gedragingen van een mensch tot zekere hoogte te voorzien zijn en men dikwijls daaruit, in verband met de omstandigheden, zijne gedachten, motieven oogmerken enz. kan opmaken. De gedragingen van menschen, die langen tijd onder ongeveer dezelfde levensomstandigheden hebben

') Immers, hoewel abnormale geestvermogens steeds een abnormalen toestand der hersenen tot oorzaak heeft, is deze hersenabnormaliteit tijdens liet leven van den patiënt slechts zelden zintuigelyk waarneembaar. Men kan dus wél uit de abnormaliteit der functies besluiten tot de abnormaliteit der hersenen maar niet omgekeerd.

'') Deze vormen het voorwerp van onderzoek der psychologie.

Sluiten