Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krankzinnigheid vermoedelijk later ontstaan), zoo zal de strafzaak worden geschorst, en na herstel van verdachte of beklaagde worden voortgezet (zie a. 402 I. R.).

Volgens a. 34 Ontw. kan de landraad (zie het 3e lid van dit art. jo. het krankz. regl.) in geval van gebleken ontoerekenbaarheid wegens abnormale geestvermogens, den beklaagde (resp. vrijgesprokene) in een krankzinnigengesticht doen opnemen gedurende een „proeftijd" van ten hoogste een jaar. Deze bepaling, die uit den aard der zaak alleen van toepassing kan zijn, indien er nog vermoeden van krankzinnigheid bestaat, is overbodig door art. 48 krankz. regl. en zelfs daarmede in strijd; men zou m. i. goed doen, de beide laatste leden van art. 34 Ontw. eenvoudig te doen vervallen. ')

III. Overmacht (Noodtoestand).

§ 107. Defi- Onder overmacht verstaat men: elke van buiten op den nitie.—Overmacht mensch inwerkende kracht, waartegen hij óf onmogelijk weerais dwang. sjan(j fcan bieden, zoodat hij daardoor op volstrekte wijze tot eenige gedraging wordt gedwongen, óf redelijkerwijs gesproken geen weerstand kan bieden, zoodat hij daardoor (op indirecte wijze) tot eenige gedraging wordt gedrongen. Overmacht kan zich dus voordoen als dicang of als drang, naar gelang het bieden van weerstand al dan niet volstrekt onmogelijk is.

Wanneer de overmacht zich als dwang voordoet, wanneer dus m. a. w. de op ons inwerkende kracht zóó groot is, dat op geenerlei wijze daartegen weerstand geboden kan worden, zoo sluit zij eiken vorm van schuld geheel uit. Zulk een absolute dwang kan zoowel lichamelijk als geestelijk worden uitgeoefend, en men spreekt dan van physieken en psychischen dwang; bv. iemand die tien keer sterker is dan ik, grijpt mijn

') Bij de samenstelling van art. 34 Ontw. heeft men uit het oog- ver loren, dat het overeenkomstig art. 87 Ned. Swb. van een proeftijd sprak in overeenstemming met de vóór 1881 in Nederland bestaande regeling van het krankzinnigenwezen. In 1884 (dus na de vaststelling van het Ned. Swb., echter vóór de invoering) is er evenwel eene nieuwe regeling gekomen, waaraan ons Indisch krankzinnigenreglement wat de hoofdbeginselen betreft is ontleend en waarbij het stelsel der proeftijden geheel is vervallen. Het doet dus wel eenigszins vreemd aan, in a. 34 Ontw. nog van dien proeftijd gewag te zien gemaakt.

Sluiten