Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door kunnen worden geleid (verleid) tot het wegnemen van dat voorwerp. De wet echter eischt van een ieder, dat hij aan die begeerte weerstand biede, en de norm: „gij zult niet stelen" nakome.

Aan den eisch, 0111 weerstand te bieden aan motieven, die tot normovertreding kunnen leiden, zijn echter door de wet grenzen gesteld; m. a. w. de wet erkent, dat er gevallen kunnep bestaan, waarin de motieven tot normovertreding zwaarder wegen dan die tot nakoming dier norm, zoodat daardoor die normovertreding wordt gerechtvaardigd. Deze gevallen nu, doen zich onder tweeërlei soort van omstandigheden voor, t. w.:

I. omstandigheden, waaronder het nakomen van eene norm zulk eene zelfverloochening van den mensch zou vorderen, dat dit redelijkerwijze niet van liern mag worden gevergd;

II. omstandigheden, waaronder de nakoming van eene norm tegen het gezond verstand zou strijden.

Omstandigheden als sub I bedoeld doen zich bv. voor, indien men door duldelooze martelingen gedrongen wordt een geheim te verraden; indien men tot stelen wordt gebracht, ten einde zich zeiven of zijn kind of eenig ander gelietd persoon van den dood te redden; indien men tot eenig delict overgaat om een dreigend gevaar voor eigen leven of goed af te wenden. Dikwijls zal zulk een drang worden uitgeoefend door een persoon, van wiens wil iemands wel ot wee afhangt; bv. een bankier dwingt zijnen boekhouder om valschheid in de boeken te plegen teneinde eene verduistering te verbergen, onder bedreiging van onmiddellijk ontslag niet een slecht getuigschrift; een hooggeplaatst ambtenaar dwingt een ondergeschikte, onder bedreiging van ontslag of' overplaatsing naar een ongezond oord, om iemand onwettig gevangen te nemen, om te knevelen, enz. Dergelijke pressie kan gemakkelijk door ouders op hunne kinderen, door den man op zijne vrouw, den voogd op zijn pupil, worden uitgeoefend.

I11 al dergelijke gevallen echter moet men er wèl aan indachtig zijn, dat de drang, de pressie van dien aard zij, dat redelijkerwijze de handelende persoon geacht moet worden daartegen geen iveerstand te hebben kunnen bieden. Dit laatste zal dikwijls in concrete gevallen moeilijk zijn uit te maken; de grens

Sluiten