Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen een werkelijk gegronde en een geheel ongegronde vrees, tusschen een werkelijk en onmiddellijk dreigend, en een toekomstig of zelfs geheel ingebeeld gevaar, enz. is niet scherp te trekken. De rechter mag in dit opzicht niet te zachtzinnig gestemd zijn, omdat daardoor licht het plichtsgevoel verslapt en het maatschappelijk belang geschaad zouden worden. ') Vindt hij, dat de uitgeoefende drang niet van dien aard is, dat het plegen van het delict voor den werkelijken dader daardoor gerechtvaardigd schijnt, zoo kan hij dien drang toch nog altijd bij de toemeting der straf in aanmerking nemen; bij toepassing van liet Swb. I. met inachtneming van art. 37 (alwaar o. a. dwang, bevel, billijke vrees, verleiding, als voorbeelden van verzachtende omstandigheden zijn opgenomen).

De sub II bedoelde omstandigheden doen zich alleen voor in gevallen, waarbij men, door eene rechtsnorm na te komen, een belang schaden zou van grooter beteekenis dan liet door die norm beschermde; bv. wanneer men een verboden terrein betreedt om een kind uit het water te redden, wanneer brandweerlieden een huis omverhalen om een brand te stuiten, een scheepskapitein goederen overboord laat werpen of het schip laat stranden, om het vergaan van het schip te voorkomen, enz.

In al deze gevallen van drang is van opheffing der schuld geen sprake. Wat men onder dien drang doet, is gewild, doet men bewust. En al zal men dikwijls den tijd tot kalm overleg' en nadenken missen, het oordeel des onderscheids gaat door dien drang toch niet verloren, tenzij wellicht in enkele gevallen van bijzonder groot gevaar (in weike gevallen men echter dikwijls met krenking der geestvermogens te doen heeft). Door drang kan de toerekenbaarheid als regel derhalve niet worden uitgesloten (wel verminderd); de omstandigheid echter,

') Bij de beoordeeling van de vraag, of de drang al dan niet van dien aard is dat hij als overmacht (als rechtvaardigingsgrond) kan worden beschouwd, dient de rechter dus met tal van omstandigheden rekening te houden. Deze omstandigheden zijn niet voor alle personen dezelfde. Ten aanzien van vrouwen, kinderen en bejaarde personen zal men eerder overmacht aannemen dan t. a. v. krachtige manspersonen. Er bestaan kategorieën van personen, voor wie in sommige gevallen zelfs levensgevaar niet als overmacht mag gelden; zoo bv. is de scheepskapitein verplicht om bij een scheepsramp eigen leven op te offeren tot behoud van dat van anderen; evenzoo de soldaat, de politie ambtenaar in tijd van gevaar, ouders ten opzichte' van hunne kinderen enz.

Sluiten