Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

notaris met een geladen revolver op de borst noodzaakt, om geldswaardige papieren, die deze van een ander in bewaring heeft, af te geven, zoo staat de notaris evengoed voor een conflict van rechtsbelangen als in het geval dat hij bij eene schipbreuk iemand van een plank, waaraan deze zich had vastgeklampt, afduwt en doet verdrinken teneinde zijn eigen leven te redden (het klassieke voorbeeld van noodtoestand).

IV. Noodweer.

10. Algemeen Noodweer is nauw verwant aan overmacht en kan zelfs ip- overmacht vormen. Zooals de naam aanduidt, beteekent nood¬

weer letterlijk: verweer in nood, waartoe men genoodzaakt, wordt, en wel door eene aanranding of onmiddellijk dreigende aanranding. Die aanranding vormt derhalve de omstandigheid, die tot verweer, d. i. tot het plegen van eenige daad van willekeur of geweld, dringt.

Het spreekt haast van zelf, dat die aanranding eene niet rechtmatige moet zijn '); dit ligt in den aard van overmacht als rechtvaardigingsgrond opgesloten. Eene gewelddaad tegen een rechtmatige aanranding, bv. door politiedienaren, óók als rechtmatig te beschouwen, zou onzin zijn.

De bijzonderheid, waardoor noodweer zich tot eene bepaalde soort van overmacht vormt, is hierin gelegen, dat bij noodweer de eene persoon den ander dringt tot het begaan van een in het algemeen strafbaar gesteld feit (bv. doodslag) tegen hem zeiven, (A dringt B door eene niet rechtmatige aanranding om hemz^lven, A, te dooden); terwijl bij overmacht in engeren zin de eene persoon den ander dringt om een delict te begaan tegen een derde (A dringt op eene of andere wijze B, om O te dooden.)

Indien noodweer slechts als bijzondere soort van overmacht (m. a. w. alléén ingeval zij zich als overmacht voordeed) een rechtvaardigingsgrond vormde, zoo zou zij geene afzonderlijke vermelding verdienen. Noodweer heeft echter eene ruimere beteekenis dan „verweer, waartoe men door nood gedrongen is."

'.) Gewoonlijk spreekt men van eene wederrechtelijke aanranding, zoo ook a. 38 Ontw. Dit is echter niet geheel juist, daar men zich ook tegen een niet-rechtmatigen aanval, welke niet wederrechtelijk genoemd kan worden, mag verdedigen in noodweer. Verg. noot op blz. 137; verder blz. 163.

Sluiten