Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 116. Schending van eigen rechtsbelangen.

§ 117. Toestemming der beleedigde partij.

A. Vooreerst dan doet de vraag zich voor of een delict, tegen zich zeiven gepleegd, strafbaar is. In het algemeen moet de vraag ontkennend worden beantwoord voor ons recht, op grond dat een delict, tegen zich zeiven gepleegd, in den regel slechts eigen rechtsbelangen schaadt.

Geheel juist is die grond niet. Iemand, die zijn eigen goed vernielt, vermindert daardoor moedwillig het maatschappelijk kapitaal en schaadt evengoed de maatschappij als zich zeiven; iemand, die zich zeiven verminkt, kan armlastig worden, maakt zich in elk geval opzettelijk minder nuttig voor de maatschappij; evenzoo wordt dikwijls de maatschappij door zelfmoord geschaad. Intusschen, de strijd om het bestaan vormt als regel zulk een sterken prikkel, om eigen rechtsbelangen niet te schaden, dat het recht gewoonlijk slechts schending van anclerer rechtsbelangen met straf bedreigt, en die van eigen rechtsbelangen uitsluitend voor het geval aanmerkelijke schade of' gevaar voor anderen daarmede gepaard gaat. Zoo bv. het vernielen van eigen goed, indien dit gevaar voor menschenlevens oplevert, of geschiedt om den assuradeur wederrechtelijk te benadeelen (verg. a. 357 en v. met a. 360 Swb. I.; a. 2 en 3 Sbl. 1876 no. 136; verg. verder a. 362 met artt. 155, 166 Ontw. en met a. 338 Ontw.); zoo ook het zich zei ven ongeschikt maken o. a. voor schutterijdienst volgens a. 207 Ontw. Poging tot zelfmoord is volgens Engelsch recht nog straibaar; volgens Ontw. vormt slechts het aanzetten enz. tot zelfmoord een delict (a. 299 Ontw.)

B. Eenigszins in verband met het sub A behandelde staat de vraag, in hoeverre toestemming van de „beleedigde partij" een rechtvaardigingsgrond kan vormen. Bedenken wij, dat het strafrecht van publiekrechtelijk karakter is, dat benadeeling van een bijzonder belang slechts in zooverre strafbaar gesteld wordt als het algemeen belang erdoor wordt geschaad, dan is het begrijpelijk, dat een delict door toestemming van de „beleedigde partij" in het algemeen niet gerechtvaardigd kan worden.

Toch bestaan er gevallen, waarbij toestemming als rechtvaardigingsgrond moet gelden, nl. in de eerste, plaats bij klachtdelicten; dit ligt m. i. in den aard dezer delicten van zelf opgesloten; evenwel is dit niet onbetwist. Verder laten velen

Sluiten