Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(

( }

i

f.r (

(

( i ( c 1 J

i

1 ]

c

§118

■ Beroep als echtvaardigings- r

8ründ. ^

1 1

le toestemming als rechtvaardigingsgrond gelden bij mishanleling en vrijhei,dsberooving, althans indien het algemeen belang liet te zeer daarin betrokken is; zoo zal bv. het brengen van eniand met zijne toestemming in den staat van pandelingschap )t' slavernij nooit te rechtvaardigen zijn.

Bij sommige delicten wordt de toestemming uitdrukkelijk ils bijzonder element opgenomen, hetzij als absoluut tot het lelict behoorende (bv. het op verzoek iemand ongeschikt maken ,'oor schutterij dienst, a. 207 Ontw.; opzettelijke schennis van le eerbaarheid, waarbij een ander zijns ondanks- tegenwoordig s, a. 241 Ontw.) hetzij als verlichtende omstandigheid (bv. het >p eigen verlangen dooden van iemand, a. 299 Ontw.; het ifdrijven der vrucht op verzoek der zwangere, a. 802 Ontw.; iet schaken eener minderjarige met hare toesteming, a. 286' 'o. a. 81 Ontw., of van een meisje beneden de zestien jaar , olgens a. 272 Swb. /.). Andere delicten weer zijn van zoodanigen lard, dat zij onmogelijk met toestemming der persoon, tegen vie zij direct gericht zijn, gepleegd kunnen worden, bv. vertrachting en in liet algemeen geweldoefening, diefstal, verduistering, vernieling van andermans goed, huisvredebreuk, n al deze gevallen doet de toestemming óf liet geheele delict, >1 de verlichtende omstandigheid wegvallen, maar vormt zij ;;een rechtvaardigingsgrond.

C. In de derde plaats vormt een rechtens erkend beroep likwijls een rechtvaardigingsgrond. Vooral komt hierbij het >eroep van geneesheer en heelkundige in aanmerking, daar dit iet toebrengen van slagen, kwetsuren en andere pijnigingen net zich meebrengt. Men denke aan de operaties, die een

'heelkundige heeft te verrichten, aan massages; de geneesheer zal dikwijls, tot redding der vrouw, afdrijving (abortus)'moeten veroorzaken; enz. Velen zoeken in deze gevallen de rechtvaardigingsgrond in de toestemming der patienten, maar dit gaat niet altijd op (bv. bij kleine kinderen, bij bewusteloozen; ook niet bij afdrijving, zie a. 230, le lid, Swb. I. en a. 302 Ontw.). Anderen nemen in dergelijke gevallen overmacht aan (of noodtoestand); maar ook dit gaat slechts voor enkele gevallen op, bv. wanneer bij eene zware bevalling óf de vrouw, óf het kind moet worden opgeofferd. Waar voor zware delicten

Sluiten