Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook volgens het Ontw. is de uitlokking alleen strafbaar, indien zij door een der speciaal genoemde middelen geschiedt, welke zoowat geheel overeenkomen met die van art. 28 no. I Swb. I.

De opruiing echter wordt door het Ontw. niet meer als uitlok- § ;

king behandeld, maar vormt in alle gevallen een speciaal <0o»ii

delict, of zij eenig gevolg heeft gehad of niet, (zie a. 133 Ontw. ■ j Mandif

onder den 5e titel: „Misdrijven tegen de openbare orde.").

§ 139. Mede- Medeplichtig zijn volgens het Ontu:.:

phchtigheid vol- a_ zjj d{e opzettelijk behulpzaam zijn bij liet plegen van eenig gens Ontw. misdrijf.

b. zij die opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van het misdrijf (a. 45).

De omschrijving van medeplichtigheid drukt vrijwel het wetenschappelijk begrip uit; steeds denke men er echter aan,

dat de medeplichtige alleen het oogmerk heeft om een ander behulpzaam te zijn, zonder het misdrijf als zijn eigen onderneming te beschouwen.

Medeplichtigheid aan overtreding is niet stratbaar, (a. 49); alleen medeplichtigheid aan misdrijf is strafbaar, en wordt bedreigd met 2/3 van het maximum, op het misdrijf gesteld, ') of, indien doodstraf of levenslange arbeidstraf op het misdrijf staat, met ten hoogste 15 jaar arbeidstraf. De bijkomende straffen blijven dezelfde.

Bij de bepaling der straffen komen alleen die handelingen in aanmerking, waaraan men medeplichtig is, benevens hare gevolgen («. 46 Ontw.).

Wij zien hieruit het groote verschil tusschen het stelsel der geldende strafwetboeken en dat van het Ontw. Volgens het geldende stelsel is de medeplichtige even verantwoordelijk voor Tiet gelieele delict als de dader, met alle verzwarende omstandigheden, die niet van zuiver persoonlijken aard zijn, ook al was hij van die omstandigheden onkundig.

In het Ontw. daarentegen is zijne verantwoordelijkheid in het algemeen met een derde verminderd, maar bovendien,

wordt hij slechts verantwoordelijk gesteld voor die handelingen,

') Uitgezonderd de medeplichtigheid aan lichte diefstal, lichte verduistering, en aan de daaraan analoge delicten; bij «. 440 Ont. wordt deze n. 1.

met dezelfde straf bedreigd ais op het voltooide delict gesteld is.

I

Sluiten