Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zelfs het treden in eenigèrlei verstandhouding met dergelijke benden, bv. door liet leveren van wapenen, levensmiddelen enz, (artt. 54, 60 Sicb.) — Artt. 61, 62 en 64 Sicb. 1 houden bijzondere bepalingen in omtrent de verschillende mate van verantwoordelijkheid der hoofden en aanvoerders eenerzijds, en der andere bendeleden anderzijds voor delicten tegen de inwendige veiligheid van Ned. Indië door dergelijke benden gepleegd.Eene gelijke bepaling, als in art. 64 vervat, vinden wij in art. 149 Sicb, I. voor het geval van wederspannigheid, door eene bende gepleegd.

§ 144 Speciale Het gezamenlijk en in vereeniging plegen van eenig delict, zonder bepalingen betr. dat de deelnemers eene bende uitmaken, vormt volgens het vereenigingen en Swb. I. in soimuige gevallen eene verzwarende omstandigheid, en benden. oefent in zooverre dus op de verantwoordelijkheid der deelnemers

invloed uit; zoo bv. bij wederspannigheid (a. 146 v.), bedelarij (a. 205), diefstal (a. 299 v.v.;. Daar deze invloed zich echter op alle deelnemers gelijkelijk doet gelden, kan hierbij niet van eene bijzondere regeling der deelneming gesproken w orden. Wèl echter kunnen de bepalingen van artt. 150 en v. Sicb. 1. als zoodanig worden beschouwd. Volgens a. 150 nl. wordt elke vereeniging van personen tot liet plegen van een misdrijf geacht eene gewapende vereeniging ie zijn, indien meer dan twee der vereenigde personen zichtbare wapenen ') dragen; m. a. w. de verzwaarde verantwoordelijkheid, door het dragen van zichtbare wapenen intredende, strekt zich ook tot de niet-wapendragende deelnemers uit. Worden bij de deelnemers aan eene bende ot vereeniging, die niet als gewapend moet worden beschouwd, verborgen wapenen gevonden, zoo zijn zij persoonlijk op dezelfde wijze verantwoordelijk, als hadden zij deelgenomen aan eene gewapende bende of vereeniging, («. 151). Uit de woorden van a. 151 zien wij, dat beide bepalingen zoowel op benden, als op gewone vereenigingen vau boosdoeners betrekking hebben. Deze bijzondere regeling is beperkt tot het delict ,,wederspannigheid". — Dat artt. 363/365 Swb. 1. ook op gewone vereenigingen van boosdoeners betrekking hebben, zagen wij reeds.

Ten slotte treffen wij eene in dit verband behoorende bepaling aan in art. 22.9 Sicb. 1., waar de hoofden en aan leggers ') Zie art. 65 Stcb. 1. over de beteekenis van wapenen.

Sluiten