Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. Bijzondere bepalingen betreffende uitlokking.

•5149. Uitlokking Wij herinneren ons, dat uitlokking aanwezig is, indien iemand ^ zelfstandig de- een ander eenig delict doet plegen, hetwelk dien ander toerekenbaar is; dat zij zoowel volgens Swb. I. als volgens Ontw. in het algemeen slechts strafbaar is, indien bijzonderlijk genoemde middelen daartoe worden aangewend; dat uitlokking volgens het Swb. 1. als medeplichtigheid, volgens het Ontvv. als daderschap beschouwd wordt. Verschillende speciale regelingen maken op deze hoofdbeginselen echter uitzondering, vooral in het Swb. 1.

a. Vooreerst zijn er tal van bepalingen, waarbij het doen verrichten door een ander van eenige handeling uitdrukkelijk tot delict wordt gestempeld. In deze gevallen is dus elke uitlokking strafbaar, welk middel daartoe ook zij aangewend. Voorbeelden daarvan vinden wij in artt. 135, 180, 233, 265, 270. 273, Swb. L, artt. 2.9,9, 300 Ontw. Ook, artt. 229 en 365 Swb. 1. spreken van het aansporen en opzetten tot de aldaar genoemde misdrijven, zonder onderscheid, welk middel daartoe wordt aangewend, en verbinden aan deze uitlokking bovendien eene zwaardere verantwoordelijkheid dan aan de materieele daad. Dit laatste wordt ook in art. 361 Swb. I. gedaan, maar daarbij is het middel, hetwelk tot uitlokking dient, niet onverschillig; uitdrukkelijk wordt nl. naar art. 28 verwezen.

b. In de tweede plaats vinden wij eenige gevallen van uitlokking tot zelfstandig delict gemaakt, daar de handeling waartoe wordt uitgelokt, óf in het geheel, óf althans volgens het gemeene strafrecht, niet strafbaar gesteld is. Hiertoe behooren de gevallen van artt. 40, 44 en r,., 345 Swb. /., artt. 101, 203 v., en 299 Ontw. Ook kunnen hiertoe de gevallen van artt. 107 enz. Ontw. gebracht worden (Verg.

^ § 147).

,50. Opruiing, c. Opruiing vormt, col-gen* het Swb. eene soort van uitlokking, en dus medeplichtigheid; waar zij geen gevolg heeft gehad, zou zij derhalve niet strafbaar zijn. Het 2e lid van 7io. 4 van a. 28 Swb. I. stelt opruiing zonder gevolg uitdrukkelijk strafbaar, vormt daarvan m. a. w. een zelfstandig delict. Ditzelfde nu doet het Swb. I. in eenige andere

Sluiten