Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betreffende ver¬

zwarende omstan digheden

Zelfs waar levenslange arbeidstraf of doodstraf op eenig delict gesteld is, blijft die mogelijkheid bestaan, daar eerstgenoemde straf steeds alternatief met tijdelijke arbeidstraf tot ten hoogste 20 jaar, de doodstraf steeds alternatief met levenslange èn met tijdelijke arbeidstraf tot 20 jaar bedreigd wordt. Van een stelsel van verzachtende omstandigheden, als in art. 37 Swb. I. bedoeld, kan in het Ont. derhalve geen sprake meer zijn. Verschoonende omstandigheden zouden nog kunnen voorkomen, maar alleen tot eene vermindering van het gestelde maximum kunnen leiden. Ook deze zijn evenwel, en terecht, uit het Ontw. gelaten, op ééne algemeene na, nl. den leeftijd tusschen JO en 16 jaar; wij behandelden dit geval reeds in § 98.

III. Verzwarende Omstandigheden.

§ 167. Aigemee- Deze omstandigheden zijn de zoodanige, welke aanleiding ne opmerkingen kunnen geven tot het opleggen eener straf, die het gestelde

maximum tot bepaalde grens overschrijdt, of die tot eene zwaardere strafsoort behoort. Het bepalen van den aard en de aanwezigheid dezer omstandigheden is niet aan het vrije oordeel des rechters overgelaten; de wet wijst bepaaldelijk aan, welke omstandigheden verzwarend werken, en de rechter is verplicht, ze bij de toemeting der straf in aanmerking te nemen. Hieruit volgt niet, dat bij het aanwezig zijn daarvan de rechter verplicht is, boven het maximum steeds te gaan; want naast die verzwarende, kunnen ook verschoonende of verzachtende omstandigheden hun invloed doen gelden, en zelfs in die mate, dat de straf beneden het minimum uitvalt.

De verzwarende omstandigheden kunnen óf tot bepaalde delicten beperkt zijn, óf betrekking hebben op alle, of althans meer in het algemeen aangeduide delicten. Onder de eerstbedoelde behooren de omstandigheden, waarvan art. 228 Swb. I. gewaagt; die, bedoeld in art. 386 Stcb. I. zijn ook hieronder te rekenen, ofschoon haar invloed zich tot een grootere groep van delicten uitstrekt. Ook buiten het Swb. I. vinden wij verzwarende omstandigheden, die op een meer of minder beperkte groep van delicten betrekking hebben. Zoo bv. zagen wij reeds, dat bij a. 21 van het drukpersreglement alleen het feit, dat de drukpers als middel tot het delict is gebruikt, eene verzwarende werking kan uitoefenen. Stbl. 1904 no. 372

Sluiten