Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t

\

&

o £

d \ t\ h d v

§ '77. Samenstelde delicten, V

d

z

0

1 I

V

s

<y O

V Z t z

U

n

0 A O

iS

'78. Foori| ''rende delic"n 'f delicta,, ""««nua.

tr Ö

h

lankelijke delicten beschouwd moeten worden, en was er van oortgezet delict geen sprake. — Uit den aard der zaak zullen "erder dergelijke handelingen niet door groote tijdruimten ;escheiden mogen zijn; hiervoor een bepaalde grens te stellen, ;aat natuurlijk niet.

Om eene reeks van handelingen ais ééne voortgezette haneling te kunnen beschouwen moet dus aan de drie volgende ereischten voldaan zijn: a. de handelingen moeten gelijksoor'<(/ zijn; b. zij moeten strekken ter verwezenlijking van één en etzelfde besluit; c. zij mogen zich niet te lang na elkaar vooroen. Aldus is ook de opvatting geweest van den Ontwerper an het Nederlandsch Strafwetboek (zie Mem. v. Toel). Evenwel kunnen twee ot meer ongelijksoortige handelingen -*èl door den wetgever tot één delict worden samengevoegd, en it komt zelfs herhaaldelijk voor. Die verschillende handelingen uilen alsdan tezamen het strafbare feit vormen, terwijl een f meer ervan slechts als poging kan worden gequalificeerd. )it is bv. het geval bij diefstal met braak, met geweld enz. )ergelijke samengestelde delicten zouden, indien de wetgeer daarin niet het verband had gelegd, waardoor de ver;-hillende handelingen tot eene éénheid gebracht worden, een eval van meerdaadschen samenloop vormen.

Zulk eene éénheid wordt door den wetgever ook gevormd an gelijksoortige, doch op zich zelf staande handelingen bij de . g. n. gewoontedelicten, d. z. delicten, bestaande uit ten minste svee, maar liefst meer, gelijksoortige handelingen, die elk op ich zelf niet strafbaar zijn, maar gezamenlijk wél, indien daarit blijkt, dat de dader van die handelingen eene gewoonte ïaakt. Voorbeelden van dergelijke delicten vormen koppelarij i- 252 Swb. 1.\ a. 2Ö22". Ontw.); bedelarij (a. 204 Swb. I. NDEBS a. 458 Ontw.); verder het eene gewoonte ervan maken in te helen, volgens het Ontw. (a. 435); vergelijk ook a. 29 'wb. I. (zie blz. 197).

Van het voortgezet delict dient men goed het voortdurend delict lelictum continuum) te onderscheiden. Zulk een delict bestaat it ééne handeling, waardoor een onwettige toestand in het leven eroepen wordt, welke voortduurt, totdat hij door eenige andeling van den delinquent of van een ander wordt opgeheven.

Sluiten