Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een voorbeeld hiervan vormt de onwettige gevangenhouding; deze begint bij de onwettige vrijheidsberooving en duurt voort tot de vrijlating (a. 258 Swb. 1.; a. 287 Ontw.) Andere voorbeelden vormen: het voorhanden hebben van stoffen of werktuigen, waarvan men weet dat ze bestemd zijn tot muntvervalsching enz. (a. 92" Sicb. I. jo. Sbl. 1905 no. 557; a. 215 Ontw.); het deelnemen aan boosdoenersvereenigingen (art. 197 r. r. Sicb. 1. en ii. 142 Ontw.); liet houden van een huis van hazardspel (a. 338 Sicb.] a. 489 Ontw.); ') het bezitten van koperen duiten enz. (Sbl. 1899 no. 229, a. 1 jo. Sbl. 1902 no. 423), of van zilveren schijven, geschikt tot het maken van valsche munt {Sbl. 1906 no. 458); het, tegen het verbod in van de plaatselijke autoriteit, plaatsen van een atap-dak op huizen (volgens verschillende gewestelijke keuren). Zulk een voordurend delict wordt slechts door ééne handeling gevormd, waardoor één gevolg teweeggebracht, één norm overtreden wordt. Van samenloop kan hierbij dus geen sprake zijn. Telkens wanneer de onwettige toestand na eene vervolging - d. i. na de acte van verwijzing — blijft voortduren, wordt het delict op nieuw gepleegd.

§ 179. Eén- Het tweede op het eind van § 175 bedoeld geval doet zich daadsche sa- voor, wanneer door ééne handeling één concreet gevolg in het menioop of con- leven wordt geroepen, maar méér dan ééne norm wordt over¬

treden. Bv. iemand verzet zich tegen de politiebeambten, die

hem gevangen willen nemen, door hun slagen en verwondingen toe te brengen, waardoor hij zich schuldig maakt én aan wederspannigheid gepleegd door één gewapend persoon (a. 148 Swb. I.) én aan het opzettelijk toebrengen van slagen

') Art 889 Swb. t. stelt, nog' strafbaar liet zonder wettige vergunning houden van /landhuizen. Dit art. is in het leven geroepen met het oog op het toenmaals geldend licentiestelsel (Sbl. 1869 no. 8R), maar moet thans voor Java en Madura, alsmede voor die buitenbezittingen, waar het licentiestelsel niet meer bestaat, als vervallen worden beschouwd, sedert bij Stbl. 1880 no. 17 (jo. 1898 no. 25.' behalve op eenige buitenbezittingen, overal het pachtstelsel wederom is ingevoerd, hetwelk later weer in vele streken heeft plaats gemaakt voor het eigen beheer der pandhuizen door het Gouvernement. Thans gelden ten deze slechts de strafbepalingen, vervat in Sbl. 1908 no. 402, ten 2e, en in a. 20 van het pandhuispachtreglement, aan hetzelfde staatsbladnummer gevoegd. — Verg. voor het bovenstaande de Mem. v. Toel op art. 339 Swb. I. (zie blz. 17, noot, alwaar te lezen is Der Kinderen i. pi. v. Darlcinderen) en de redactie van a. 387 Swb. E., welk art. nog onder de werking van het vroeger pandjespachtstelsel in het leven is geroepen.

cursus

lis. — Lex spe

cialis en Itx ralis.

Sluiten