Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 186. Toe Passing van an

306 I. R.

vonnis de straftoemeting heeft te regelen naar de straf, welke den dader bij het eerste vonnis reeds was opgelegd; met dien verstande, dat de beide wegens de verschillende samenloopende delicten opgelegde straffen gezamenlijk nooit zwaarder mogen zijn dan het maximum, op het zwaarste dier delicten gesteld. Natuurlijk geldt dit voorschrift niet t. a. v. geldboeten en verbeurdverklaringen, ten wier aanzien het cumulatie-stelsel is aangenomen; maar ook geldt het niet, indien bij het tweede vonnis de doodstraf moet worden uitgesproken, in welk geval de tevoren opgelegde, en wellicht reeds ondergane straf daarop geenerlei invloed kan uitoefenen, zoodat alsdan de straffen feitelijk cumuleeren. (a 306 I. li.). — Hierbij is het wellicht niet overbodig, nogmaals te herinneren aan het verschil tusschen samenloop en recidive, hetwelk vooral in acht genomen dient te worden, waar samenloopende delicten bij verschillende vonnissen berecht worden. Want dan heeft men in beide gevallen een voorafgaand veroordeelend vonnis; bij recidive ligt dit laatste echter tusschen de beide gepleegde delicten in, bij samenloop niet; m. a. w. bij recidive volgt het tweede of latere delict op de eerste veroordeeling, bij samenloop komt die veroordeeling eerst na het plegen van alle concurreerende delicten.

Bij de straftoemeting in een geval, als in a. 306 I. R. bedoeld, . heeft de rechter zich af te vragen, welke straf hij zou hebben opgelegd, indien beide delicten tegelijkertijd berecht waren geworden; wanneer nu hiervan de duur der reeds opgelegde straf wordt afgetrokken, heeft men de maat verkregen der bij het tweede vonnis op te leggen straf. Stel, iemand heeft achtereenvolgens gepleegd delict a, bedreigd met ten hoogste 15, en delict b, bedreigd met ten hoogste 10 jaar dwangarbeid i/k. Wanneer nu de dader voor delict a reeds 5 jaar gekregen had, en de rechter oordeelt, dat wegens beide delicten gezamenlijk 8 jaar als straf behoorde te worden opgelegd, zoo zal voor delict b de straf 3 jaar dwangarbeid i/k dienen te zijn.

Bij ongelijksoortige straffen zal men, wegens ontbreken van regeling dienaangaande, slechts den duur der straf in aanmerking mogen nemen.

Sluiten