Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 191. Rechte ''ik gewijsde.

A. Verval van het recht tot strafvervolging volgens

geldend recht.

Hierover handelt reeds art. 31 A. li. in het kort, belangrijk aangevuld door het I. li. in artt. 398 en v. v: en nog in art. 415 en — wat de transactie betreft, — door enkele fiscale verordeningen. Dit recht vervalt in de volgende, hier na te noemen gevallen.

I. Onherroepelijke beslissing des rechters.

In de eerste plaats vervalt het recht tot strafvervolging, indien dit door den Staat is verwerkt, dat is: in geval de Staat reeds eenmaal tegen een persoon wegens eenig feit eene strafvervolging heeft ingesteld, en de rechter dat feit onherroepelijk heeft beslist. Dit is het direct gevolg van de kracht van een gewijsde, uitgedrukt in den Romeinschen rechtsregel: ne bis in idem: „niet tweemaal over hetzelfde." 'j Indien eenig feit bij een rechterlijk gewijsde, d. i. bij een rechterlijk vonnis, hetwelk voor geenerlei hoogere voorziening meer vatbaar is, eenmaal is beslist, zoo kan op datzelfde feit t. a. v. denzelfden persoon niet meer worden teruggekomen, ook al mocht later zulk een gewijsde eene dwaling blijken te zijn: een geicijsde behoudt ten eeuwigen dage zijne kracht 2).

De beslissing van een feit kan op drieërlei wijze uitvallen: de beklaagde wordt óf wegens het hem ten laste gelegde feit tot eene bepaalde straf veroordeeld, nl. indien dit bij wettelijke bepaling strafbaar is gesteld èn zijne schuld daaraan is bewezen; óf deswege vrijgesproken, ingeval nl. zijne schuld aan het ten laste gelegde feit niet is bewezen; óf deswege ontslagen van rechtsvervolging, indien het ten laste gelegde feit, hoewel bewezen, geen delict blijkt te vormen (zie artt. 303/305 I. li.). Uitgesloten blijven dus de gevallen, waarbij de rechter in eenige zaak vonnis wijst zonder het feit te beslissen, bv. wanneer hij zich onbevoegd verklaart.

') Een ander gevolg van dezen regel ontmoetten wij op blz. 41.

2) In Nederland bestaat hierop in strafzaken eene. uitzondering in zooverre als de herziening eener door g'ewijsde beeindigde strafzaak in bepaald omschreven gevallen is toegelaten. Men spreekt dan van revisie, welke vooral niet vereenzelvigd mag worden met het hier bestaande middel van hoogere voorziening in misdrijfzaken hetwelk denzelfden naam draagt.

Sluiten