Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehe niet. Dat is, hij had geen antwoord op de vraag,

waaruit het zedelijk leven ontspruiten moet.

h. Wat evenwel, ook na Kant eene schaduwzijde blijft in de beoefening der Ethiek, is niet dat zij haar voordeel tracht te doen met hetgeen de verschillende wijsgeerige stelsels ons leeren, maar dat zij er te veel door gebonden is. Dit komt zelfs uit bij Sc'nleiermacher, die overigens door zijn zedelijken ernst en zijne innige vroomheid gelijk voor de verschillende theologische wetenschappen, niet het minst ook voor de Ethiek van groote beteekenis is geweest.

Eerst naarmate de Dogmatiek zich van de wijsgeerige stelsels heeft vrijgemaakt, om te worden bijbelsche heilsleer met een Christocentrisch karakter wordt ook de Ethiek meer eene bijbelsche uiteenzetting van het leven des Christens.

Onder de beoefenaars der Ethiek van den nieuwen rijd noemen wij:

Bij de Roomschen: Da7izer „Handleiding voor de Chr. Moraal,'' onder den invloed van het Jozephinisme, Schenkel,

meer streng Kerkelijk, Wanker Kantiaan, Sailer, een der uitstekendste Moralisten. Zelfs op de scholen der Jezuiten betere handboeken, Lacroix eu Gury.

Bij de Protestanten: Schmid Stdndlin en Ammon in den geest van Kant; de Wette onder invloed van Jacobi en "^ries.

Schleiermacher een geheel oorspronkelijke figuur. Zijn philosophische Ethiek eene inleiding tot de Christelijke Ethiek. Hij v * legt vooral grooten nadruk op de ind^aliteit des menschen. 1 ' In tegenstelling hiermede Alexander van Oettingen die vooral op de beteekenis van het gemeenschapsleven wijst.

Van beteekenis zijn ook nog RothefMartensen en Vinet.

Wat er van de Ethiek kan worden als zij het openbaringlstandpunt of niet toepast, of miskent, blijkt ten slotte uit het stelsel der Jezuiten, en uit de verschillende naturalistische stelsels van den nieuwen tijd.

Sluiten