Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid, onreinheid, zijn zij niet als zoovele schadelijke dampen die wij daarbij vaak onwillekeurig inademen?

Toch blijft het waar, dat de Heer altijd menschen gebruikt om menschen op te voeden, en dat zoo menige geestelijke zegen dien wij ontvangen hetzij rechtstreeks of indirect door menschen tot ons komt.

Twee dingen moeten daarbij evenwel bedacht worden. Vooreerst, dat wij te zoeken hebben den omgang en het gezelschap van de zulken waarvan wij onwillekeurig gevoelen dat zij met God wandelen. Hun voorbeeld, hun raad en voorlichting, hun ervaring en deelneming kunnen ons zooveel goed doen. Zeker, aan de voeten van den Heiland is de beste plaats, maar Hij spreekt ook door zijne discipelen tot ons. Wij hebben Hem allereerst, maar ook als leden van het ééne lichaam elkander noodig. Het is zeker niet zonder beteekenis, dat het geloof van de vier mannen, die den geraakte tot Jezus brachten, mede door Hem wordt opgemerkt, en verband houdt met zijn eigene genezing en de vergeving zijner zonden, Matth. 9:2, en dat de aanprijzing van de onderlinge bijeenkomsten als in één adem wordt genoemd met het acht geven op elkander, tot opscherping der liefde en der goede werken, Hebr, 10: 24, 25.

Vervolgens hebben wij, hoezeer wij. ons aan den eenen kant hebben te wachten voor het gezelschap der spotters, toch anderzijds eiken kring waarin wij onder de leiding des Heer en komen of geplaatst worden, te beschouwen als een middel waardoor de Heer aan ons wil arbeiden. De goddeloozen, in welken vorm ook, die wij ontmoeten, zijn niet opdat wij ze slechts zouden ontwijken, maar opdat mede door hen het leven voor ons een strijdperk en oefenplaats zou zijn. In het dragen van onrecht, in het vermanen uit oprechte liefde, in het getrouw getuigen van onzen Heer, in de smart waarmee wij de verwoesting, die de zonde in het leven om ons aan-

Sluiten