Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, voor zich zeiven uitmaken. Christenen, die sterken drank koopen, hebben zeker geen recht het bedrijf van brander of herbergier te veroordeelen. Maar die het wel meent met zijn volk, kan niet anders dan vurig wenschen dat alle kroeghouders een eerlijk bedrijf mogen vinden, en dat van herbergen alleen een passend gebruik worde gemaakt door den reizenden man.

Overigens heeft de Heer uit alle standen tot zijne dienaren kunnen gebruiken: schaapherders, (David), koeherders, (Amos), visschers, (apostelen), tollenaren (Mattheus), en heeft zelf den handenarbeid gewijd als de Timmerman van Nazareth.

b. Ook in 't gezellig verkeer heeft de Christen eene roeping en moet het beginsel van 't Christelijk zedelijk leven uitkomen. In 't algemeen en op zich zelf is er niets, dat hem zou dringen zich er aan te onttrekken. Een Johannes de Dooper was eene uitzondering met eene zeer bijzondere roeping. De Heiland was te vinden op eene bruiloft en aan den vriendendisch, ook in 't midden van tollenaren, ook bij Farizeers. Het gezellig verkeer, de vrije wisseling van gedachten, de omgang met allerlei menschen, het genot van vriendschap is eene echt menschelijke behoefte, evenzeer als ontspanning na inspanning en rust na arbeid.

Alleen, niet alle vormen van gezellig verkeer zijn goed, en niet elke wijze, waarop er aan deelgenomen wordt, past aan onze Christelijke roeping. In 't gezelschap van spotters kan onze plaats nooit zijn, Ps. i : i, tenzij om hier een enkel woord van protest te doen hooren, en dan heen te gaan. Wie om op te frisschen zijn geregeld uur in de herberg noodig heeft, al is 't ook de deftige societeit, loopt groot gevaar zijne frischheid geheel te verliezen, en vergeet, dat ook voor 't gezellig verkeer de huiskamer, het huisgezin de eerst aangewezen plaats is. Wie zooveel behoefte heeft er

Sluiten