Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onbegrijpelijke oneindigheid van de ruimte, de natuurkunde aan eigenschappen der lichamen, die onverklaarbaar zijn en elkander tegenspreken.

Maar ook het geloof is een weten. Ik geloof niet slechts dat het gebed mij troost en vrede brengt en dat het verhoord wordt * wanneer zulks met Gods liefde tot mij strookt; ik weet dat alles evengoed door ervaring, als ik weet dat brood mij voedt en water mijn dorst lescht. Ik geloof niet slechts dat de ongeloovige zelfs bij rijkdom en genot ongelukkig is en zonder vrede, ik zie het hem aan, ik hoor het van zijn lippen. Evenmin behoef ik te gelóóven, dat de zonde den mensch tot verderf strekt, dat hoogmoed voor den val komt, dat onrechtvaardig verkregen goed niet gedijt, dat haat en nijd schadelijk zijn en in liefde en welwillendheid een zegen ligt, dat aan Gods zegen alles gelegen is — in één woord, dat de geheele ordening der dingen, zooals de Schrift die openbaart, volkomen waar is. Dat zijn feiten die plaatsgrijpen volgens wetten, zoo eeuwig en onwankelbaar als die des lichts en der aantrekkingskracht: de mensch vindt eerst vrede, als hij vergeving der zonde ontvangen heeft; de bekeering schept den ouden mensch om tot een nieuwe, zij maakt den hoogmoedige ootmoedig, den gierigaard een weldoener, den dief een eerlijk man, den leugenaar tot een die waarheid spreekt; het ware Christendom alleen schenkt den mensch de eeuwige vreugde. Dit alles is niet een zaak des geloofs, het is een weten, dat steunt op millioenen feiten, dat alles is anthropologische, physiologische en psychologi-

Sluiten