Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woonplaats zijn dan ook van oudsher de volkeren opgevallen en zij hebben in hunne mythologiën daaraan uitdrukking gegeven. „De eerste mensch is van de aarde aardsch". Ook in dit opzicht is de mensch uit de aarde en in hoogeren zin, aarde ; dus kunnen er op geen andere wereldbol menschen wonen. Zoo zien wij reeds op de kleine aarde: Mars, wel vastelanden en zeeën, ja sneeuwbergen aan beide polen, die, naarmate zomer of winter daar heerschen, regelmatig af en toenemen. En toch toonen de geheimzinnige dubbelkanalen, rechtlijnige, reusachtige dubbel-rivieren of zeearmen aan, dat God daar, volgens andere, ons onbekende beginselen land en water deed ontstaan en hun plaats aangewezen heeft. Zoo is het onmogelijk dat op den geweldig grooten Saturnus, lichter dan water, onze planten, onze dieren, onze mensch voorkomt. Toch zou het zeer voorbarig zijn, daaruit het besluit te trekken, dat een Schepper, met onbegrensde verbeeldingskracht en macht om al zijn denkbeelden te verwezenlijken, niet evengoed dit ontzaggelijke hemel lichaam met een oneindig rijk leven heeft kunnen overdekken.

Het is een hartvertreffende gedachte, dat de aarde niet alleen op haar wijze zweeft in de groote ruimte, door God aangewezen, maar ook omgeven is door zuster-aarden, waarop dezelfde Schepper, dezelfde scheppingsgedachten uitgesproken heeft. Wel is waar kunnen wij door onze onvolkomen zintuigen geen gemeenschap houden met hen en het op hen heerschende leven, toch zijn zij kinderen van denzelfden Vader, die ook daar de liefde is, en zeker zullen wij, in het

Sluiten