Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft Newton als de groote wet van het heelal ontdekt. „Maar hoe zij dat doen" voegt hij erbij, „kan ik mij niet voorstellen". Welk een kracht, die de gansche schepping beheerscht! Hoe krachtig, hoe onweerstaanbaar is de onderlinge aantrekkingskracht der stof! Het overwinnen van deze aantrekkingen van de cohaesie der stof, van de ketenen, waarmede zij nu gebonden is, geeft den menschen den meesten arbeid en moeite onder de zon. Zuchtend sleepen een aantal paarden een steen bergop, die nauwelijks een kubieke meter groot is om hem slechts een klein eindje te verwijderen van het middelpunt der aarde, dat alles tot zich trekt; welk een krachtsinspanning eer bij een groot bouwwerk, de arduinsteen op den arduinsteen, de balk op den balk geplaatst is, of eer steenkolen en erts uit de diepte zijn te voorschijn gebracht! Ja, hoeveel zweetdroppels kost het den mensch zijn eigen klein quantum stof, + 10 kilo, een berg op te sleepen, naar hij meent nog al hoog, en toch tegenover de geheele aarde nauwelijks een zandkorrel. De taal zelf getuigt van de moeite om deze zwaartekracht te overwinnen als zij alles wat moeite kost, „zwaar" noemt en ook van zware kommer, — zwaarmoedigheid, een zware taak en daartegenover ook van een licht hart, een opgewekten (lichten) zin spreekt. Wij maken de overwinning van deze zwaarte tot maatstaf van de kracht in 't algemeen en zeggen: een paardekracht is die kracht, die in één seconde vijfen-zeventig kilo één meter — of wat hetzelfde is één kilo vijf-en-zeventig meter opheft.

Sluiten