Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ging, op haar nog geen mensch die 's avonds moede, naar een nacht van twaalf uren uit ziet. Nog veel minder had God noodig uit te rusten na een arbeidsdag van twaalf uren; want ook bij de tegenwoordige dagen blijft de halve aarde steeds in 't licht en deze God had in Amerika voort kunnen gaan met scheppen, als Hij, naar den mensch gesproken, in Europa niet meer had kunnen zien bij Zijn werk. Reeds daaruit blijkt dat de nachten der schepping tijdperken eener, duisternis waren, die de gansche aarde omhulde. God had geen twaalf van onze uren noodig om het woord uit te spreken: „Het zij licht!"

God rustte niet twaalf aardsche uren, nadat Hij hemel en aarde geschapen had. Wij prijzen Gods almacht niet door zulke gedachteloos aangenomen voorstellingen, integendeel, Hij wordt aan ons gelijk gemaakt. Met recht kon dan ook een geloovige zich er over beklagen, dat men sinds lang voor hem de grootheid van den Schepper verdonkerd had door allerlei kinderachtige begrippen, en het ondoorgrondelijk diepe woord der schepping tot een geschiedenisje gemaakt had.

In dit bericht over de schepping, Mozes door den Heiligen Geest ingegeven, staat God alleen in majestueuze eenzaamheid met Zijn werk. Hij denkt goddelijk, niet menschelijk, en spreekt van Zijn dagen. „O God, Uwe dagen zijn van ouds van eeuwigheid!"

Niet, als zou God niet de aarde in zes aardsche, menschelijke dagen hebben kunnen scheppen, of haar in één minuut of seconde uit het niet tot aanzijn

Sluiten