Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschiedt, in liemelsche vogelvlucht. Bij de schepping hebben de Zonen Gods eerst het goddelijke raadsbesluit bijgewoond en daarna zijn uitvoering aanschouwd, door de engelen en dienaren Gods, die Hij over de natuurkrachten en elementen gesteld had, bewerkt. Gesteld echter, dat wij toen reeds als gevallen menschen op aarde waren aanwezig geweest, volslagen doof voor de goddelijke woorden, dan zouden wij

enkel en alleen schei-en natuurkundige verschijnselen

hebben waargenomen en wij zouden ze met onze gewone oppervlakkigheid voor „zuiver natuurlijk

verklaard hebben.

God schept dan een uitspansel (rakia) om de aarde, het luchtkleed, dat wij atmosfeer noemen. Hier hebben wij opnieuw een beginsel, dat aan alle schepping Gods ten grondslag ligt. Wij weten, dat ook andere aardbollen en planeten, ook Mercurius, Venus, Mars, Jupiter, Saturnus door dikwijls hooge atmosfeeren, waarin wolken zweven, omgeven zijn.

Maar niet enkel een gaslaag met waterdamp gemengd, gelijk wij zouden hebben kunnen verwachten, wordt hier te voorschijn geroepen, maar een „uitspansel" tot scheiding van de wateren van boven, van die van beneden. Men kan de werkzaamheid, het voornaamste doel der lucht niet beter beschrijven. Deze aarde moest langzamerhand tot een levend organisme worden, dat later planten en boomen „zou voortbrengen." Evenals nu bij het embrio, in den moederschoot of in de plantencel, de omloop van de vloeistof, van de protoplasma-stroomen het eerste is, waaruit

Sluiten