Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergaat. Wel beschijnt ons de zon en verwarmt zij ons, maar als er geen lucht was, zou zij het alleen op die plaatsen kunnen doen, waarop haar stralen loodrecht vallen en ook daar nog zouden er velen terugkaatsen en zich verliezen in de ruimte. In de lucht blijven deze millioenen kleine pijlen als m wol steken zij moeten hun warmte afstaan aan de lichamen. Daarom is het in de diepe, door een hooge en dichte luchtlaag bedekte vlakte zoo warm; maar daarentegen zoo koud op hooge bergtoppen, waar de atmosfeer lager en daarenboven meer verdund is, hoewel zij een paar duizend meter dichter bij de zon zijn. Zoo zou zonder lucht zelfs door een gloeiende kachel m de kamer, alleen die kant van het lichaam verzengd worden, die naar haar toegekeerd was; de andere kant echter zou de koude van de ruimte, meer dan 200° te verduren hebben. Het leven zou onmogelijk zijn. Aan deze omstandigheid is het zeker toe te schrijven, dat ook op de luchtlooze maan, evenmin als op de hoogste toppen der aarde, eemg ons bekend organisme bestaan kan. Er heerscht daar toch in den maan-dag, die vijf-en-zeventig dagen duurt, door de zonnestralen een schrikkelijke hitte, op 300" geschat, en in den maan-nacht, die er op volgt en van gelijken duur is, een koude, die even verschrikkelijk is. , , ,

Hiermee hangt samen, dat de atmosfeer het hooien

en het juiste zien mogelijk maakt. Evenals de zonnestralen zonder lucht slechts die voorwerpen verwarmen, die rechtstreeks door hen worden getroffen,

Sluiten