Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zouden zij zonder atmosfeer ook slechts één zijde er van verlichten ; de andere zijde bleef heelemaal onzichtbaar en uit den pikdonkeren nacht zouden alleen, bij iedere beweging des lichaams, steeds afwisselende, verblindend schelle schaduwomtrekken als bliksemstralen uitflitsen. Wel is waar, zou menigmaal een phantastische weerschijn, teruggekaatst van de verlichte punten, enkele deelen bijzonder verlichten; maar al de halve en kwart schakeeringen, waaraan wij gewoon zijn, zouden wegvallen. Gesteld nu, dat beeldende kunst in 't algemeen nog mogelijk ware, dan zou zij toch veeleer afschrikwekkend dan schoon zijn.

Dat wij de lucht noodig hebben om adem te halen, dat deze onzichtbare, reuk- en smakelooze massa ons voortdurend leven moet aanbrengen, is eigenlijk een bedroevend feit. Wanneer zullen wij eens zooveel leven in ons zelf hebben, dat wij niet meer geheel afhankelijk zijn van de uitwendige schepping, dat wij niet dagelijks met voedende stof, niet ieder oogenblik met luchttoevoer de levensvonk behoeven op te rakelen, die altijd op het punt is uit te gaan. Wanneer zullen wij niet meer de arme ziel behoeven te trekken, te lokken en vast te houden, opdat zij toch maar niet ontvliede ?

De gestorven manen van de wereldruimte, die geen atmosfeeren meer uitstroomen, hebben ook de stem, ook het geluid verloren. Van hen stijgen geen toonen meer op, geen klacht noch jubeltoon wordt op hen gehoord; stom vliegen zij daarheen. Zijn er daar misschien ook zielen, die God, met banden

Sluiten