Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een millioen twee honderd vijftig duizend maal grooter dan onze aarde, waarin de maan gemakkelijk om de aarde draaien kan op haar tegenwoordigen afstand! Een zee van licht en vlammen, door schrikkelijke orkanen opgezweept tot golven, duizende kilometers hoog, waaruit kolossale rose- of goudgele zuilen en fonteinen van gloeiende waterstof verscheidene malen de middellijn der aarde hoog, in enkele minuten omhoog flitsen, om daarna in geheele stroomen van licht, die wij van hieruit kunnen zien, weer neer te vallen. In dezen oceaan van licht openen zich steeds nieuwe afgronden, waarin onze aarde weg zou zinken en die ons een blik gunnen in nog heetere, gloeiende diepten ? Wie kan zich dat alles voorstellen? Al werden wij daar niet bliksemsnel door de aantrekkingskracht der zon verpletterd, door haar licht verblind, al gingen wij niet door haar warmte in dampvorm op, zoo zouden wij toch geestelijk onbekwaam zijn zulke ontzachelijke verschijnselen in ons op te nemen en te overzien; en onze taal schoot te kort in zelfstandige en bijvoegelijke naamwoorden om ze onder woorden te brengen.

Misschien zouden wij, wanneer wij op de maan verplaatst waren, iets beter in staat zijn wat van deze koude wereld, ook grootsch in haar zwijgen, te begrijpen. Tegen een zwarten hemel, steken bergtoppen af, zoo steil en koen als wij ze nergens vinden op aarde; aan de eene zijde verblindend licht, aan de andere kant onzichtbaar, alleen schaduwomtrekken ziet men. Geen wind waait er, geen regendroppel valt, 't is het aangezicht van een doode met marmerharde, scherp

Sluiten