Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

** hoogeren geest volgen, kortom, dat zij leven onder een

voortgezette inspiratie.

Wat weten wij echter van het zieleleven, van de geestelijke individualiteit van de dieren, die als planten aan een vaste plaats gebonden zijn, die in de zee landen bedekken en te voorschijn brengen, grooter dan Europa, van die weeke vormen, die van krachtige pompwerktuigen voorzien, ongeloofelijke hoeveelheden zeewater inzuigen, daarna weer uitwerpen en uit de koolzure kalk die zij daaruit getrokken hebben gansche bosschen van madreporen vormen? een bezigheid die veel gelijkt op die der planten, die ook uit de lucht koolzuur gewinnen en daaruit hout maken. Waar blijft bij deze dierlijke vormen de persoonlijkheid, die wij bij de plant nog altijd vinden? Is een polypenstok een staat met vele burgers of een veelhoofdig individu?

Wat de wereld der microben en bacillen aangaat thans zoo gevreesd en beroemd, wij weten van hen niets meer dan dat zij naar haar getal duizelingwekkend is en alle onze voorstellingen verre te boven gaat, en dat ook onder hen een ieder gevormd is naar zijn aard, b. v. de kommabacil, en dat deze kleinste, onzichtbare wezens, waarvan de mensch er millioenen inslikken kan zonder dat hij het merkt, een ontzettende

levenskracht hebben.

Maar wat is groot en klein? Indien wij, niet als het infusiedier ettelijke millioenen malen, neen, slechts honderdduizendmaal kleiner waren, wat zou het insect dan in onze oogen zijn, dat reeds nü,

Sluiten