Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hier wil en kan de goddelooze zijn overtredingen vergeten. Den geloovige echter herinnert God er telkens weer aan. „Mijn zonde is gestadiglijk voor mij!" „Onze euveldaad stelt gij voor U, onze verborgen zonde in het licht voor Uw aangezicht." God doet dat, opdat wij onszelf bijtijds zouden oordeelen. „Want indien wij onszelven oordeelden, zoo zouden wij niet geoordeeld worden." (1 Cor. 11 : 31.)

Daarboven overziet de onsterfelijke geest zijn daden en gezindheid van zijn geboorte af aan in de Godheid. Dan eerst beheerscht de ziel haar gebied en haar koninkrijk en zij vergeet nooit en nooit meer. Ook hierin is zij een evenbeeld van dien God, die zich herinnert al datgene wat Hij van eeuwigheid gedaan heeft, iedere afzonderlijke zon, die Hij schiep in 't heelal, iedere grashalm, die Hij op aarde liet groeien. Want voor Hem is het heelal en alles wat er in is, steeds en absoluut in een eeuwig heden.

Als God Schepper is, dan moet ook Zijn evenbeeld, de mensch, scheppende kracht in zich hebben, een kracht, die tot dat wat niet is spreekt: Zijt! en aan dat wat wordt, vorm en gestalte en tastbaarheid verleent. Daarom geven wij aan de Odyssee en de Mattheuspassion, aan de Verheerlijking op den Berg en den Mozes en aan den Straatsburger dom, met recht den naam van scheppingen. Hoe wonderbaar, dat aan den mensch de macht gegeven wordt met het eenmaal een, het alphabet, de zeven kleuren of de zeven noten van de toonladder, of uit het punt, de rechte lijn en de gebogen lijn zulke machtige

Sluiten