Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog egoïstischer, nog onbekwamer voor het groote wel en wee der menschheid iets te voelen of te doen. En zelfs zoo menige Christen, die angstig bezig is zichzelf te verloochenen, zijn eigen wil te dooden en zijn ik te verliezen, komt uit louter zelfverloochening niet uit den kring van het voortdurend met zich zelf bezig zijn uit — hij zou er heel wat beter aan toe zijn wanneer hij zijn ziel rustig neerlegde in de sterke hand Gods! Ach! evenals water het slijk, doordringt ook ons in merg en been deze zelfzucht en zij beheerscht tyranniek het denken en doen ook van den edelste! Niemand schiet zich voor 't hoofd omdat het een ander slecht gaat; want het is zooals Larochefoucauld het bitter uitdrukt: „Wij hebben altijd nog net zooveel zielskracht over, dat wij het ongeluk van anderen verdragen kannen." Naar het getuigenis der profeten en apostelen en dat van vele mannen Gods hopen wij tevergeefs hier beneden van dit ijzeren, ondragelijke juk bevrijd te worden. Zij betuigen dat luide tegenover de blinden, die van een volkomen heiligheid en zondeloosheid op aarde droomen.

De verbeelding, die zich richt op ons arm, ledig, door zonde bezoedeld, boven alles bemind ik is de zonde. Zij verschrompelt en verkleint altijd meer de ziel en haar scheppingskracht, evenals de spiraal, die samengedrukt wordt. De verbeeldingskracht, die zich richt op God en Zijn werken is vruchtbaar en troostrijk; zij verruimt de ziel en haar wereld, zij versterkt haar kracht.

Sluiten