Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo leeft in iedere gedachte, in ieder woord Gods een groot, grooter, het grootst dat zich ontplooit, het raakt lichaam, ziel en geest, het geldt aarde, hel en hemel, het weerklinkt eeuwiglijk door het goddelijk heelal, het is de kiem van den boom, waaronder alle vogelen des hemels nestelen kunnen en die voortdurend vruchten draagt, het is het middelpunt vanwaar uit altijd grootere, concentrische golven zich uitbreiden over de geheele schepping.

Om 't even of de scheppingswoorden natrillingen zijn van oer-eeuwige Godswoorden, of dat zij voor 't eerst op de kleine aarde gesproken werden, deze woorden Gods klinken door 't gansche heelal. De nieuwere physica toch houdt het ervoor, dat ook het arme, leugenachtige menschenwoord zich in den wereldaether in het geheele zonnestelsel, ja misschien ver daarbuiten uitbreidt. Desgelijks weerklinkt het woord Gods in de wereld des geestes in altijd grootere kringen. Daarin heeft ieder woord Gods een tegenwoordigen en een toekomstigen, een positief-reëelen en een idealen, een aardschen en een hemelschen, een tijdelijken en een eeuwigen, een begrensden en een onbegrensden zin. Dat begrijpt de zwak- en kleingeloovige niet en hij spreekt van de groote profetie en van andere dingen: „moet dat alles letterlijk vervuld worden, dat is ongerijmd; hoe kan de leeuw gras eten als de os? Dat zijn slechts beelden van geestelijke toestanden." Maar het geloof juicht: Geen jota van het Woord dat niet eenmaal vervuld wordt! Mijn God is machtig genoeg; Hij heeft den leeuw

Sluiten