Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK X.

De Val.

Zoo was dan de aardsche schepping voltooid. God was in zes groote, goddelijke dagen voortgeschreden van het eenvoudige tot het samengestelde en had telkens hoogere wezens in 't leven geroepen. Hij had daarbij ridderlijk aan Zijn tegenstander, den voormaligen bezitter van deze gevallen wereld des lichts en aan de machten der duisternis toegestaan hun macht en hun toorn te openbaren, ook in groote tijdperken. Zij moesten het echter aanzien hoe het na iedere uitbarsting der hel — en het was avond en nacht — weer klonk door de ruimte: „En het was morgen, een nieuwe dag; hoe het leven telkens machtiger opstond uit den dood. Dit alles was tegelijkertijd voorafschaduwing ervan hoe na den nacht van den lichamelijken dood het kind Gods in de opstanding opwaakt tot een nieuw en schooner leven.

Over deze wereld, waarin het leven nu weer woonde, had God na voorafgegane beraadslaging in het goddelijk wezen een wezen gesteld, geschapen naar Zijn beeld, wiens ziel een ademtocht der Godheid was. Wat dat eigenlijk beteekent, kunnen wij nu, omdat wij door de zonde van God gescheiden zijn, niet

Sluiten