Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hadden daarin zoeken en vinden zouden, opdat wij bij haar aanblik met een verstandig hart, Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zouden erkennen en Zijn vaderlijke gezindheid zouden opmerken in het feit, „dat Hij ons veel goeds gedaan beeft, van den hemel ons regen en vruchtbare tijden gevende, vervullende onze harten met spijs en vroolijkheid. (Hand. 14 :17), opdat wij zouden erkennen en belijden: het fundament van de ware wereldbeschouwing ligt in deze belijdenis: „In den beginne schiep God hemel en aarde."

Zoodra echter de mensch God in Zijn schepping gevonden heeft, ontstaat voor hem, wij zagen het reeds, de verplichting, deze schepping, die aan hem onderworpen is, tot God terug te brengen. Maar met recht schrikken wij terug voor de ontzaglijke zwaarte van deze taak. Wij kunnen onszelf niet helpen, hoe zullen wij anderen helpen; wij kunnen uit onszelf God niet vinden, hoe zullen wij anderen tot Hem leiden. Wel trachten wij door onze wetgeving en staathuishoudkunde, door onze politiemaatregelen, onze humaniteit en philantropie, ja ook door de prediking van het Evangelie, de wereld een beetje beter te maken. Maar uit de zwakheid, uit de weinige resultaten van ons pogen, kunnen wij zien hoeveel lager wij staan dan eens Adam. Ook hier zie ik den zondeval.

Sluiten