Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en stoffelijken kosmos, in bliksem en donder, verderfelijke onweders en hagel. (Openb. 16 : 17—21).

De plant is vervloekt om des menschen wil. Daarom is het aan de machten der duisternis vergund haar te bederven, zoodat zij haar roeping, leven uit den dood, brood uit steen, te voorschijn te roepen, ontrouw geworden, zich gewend heeft tot het tegenovergestelde; en er steeds naar streeft te verwilderen, inplaats van edele vruchten, zure en bittere voortbrengt, en doornen in plaats van bladeren draagt. Daarom veroorzaken haar sappen, Egyptische hennep, opium, morfine, alkohol, voortdurend bij millioenen verzwakking en verduistering van hunne geestelijke krachten.

Het dierenrijk is tengevolge van het misbruik, dat er steeds van gemaakt is, van zijn mishandeling van de zijde des menschen, van schrik, mistrouwen en haat jegens hem vervuld; daar waar hij op onzinnige en barbaarsche wijze het dier belaagt en verdelgt, komen de jongen reeds met deze aangeboren gezindheid ter wereld; dat weet iedere jager en natuuronderzoeker. De opstand der geheele natuur is reeds een oordeel. Wat hebt gij met ons gedaan? zoo roepen hem de elementen, de planten, de dieren toe; wij willen u daarvoor vernietigen, wij zullen u doornen en distelen voortbrengen, wij zullen u vaneen scheuren, o tyran! Ons gansche bestaan bereidt het oordeel voor. Straft onze industrie zichzelf niet, waar zij duizende van menschen tot slaven van een brutale, geestelooze machine maakt ? Gij hebt er altijd den

Sluiten