Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toont duidelijk in zijn toespeling en betrekking op dat andere woord: „In den beginne schiep God hemel en aarde", dat hier geen sprake is van iets dat er nog nooit geweest is. Trouwens, wij zouden daarvoor zin noch gevoel kunnen hebben. Neen wat tod toen wilde, wil Hij nog; of zou deze God'zich met weemoed moeten herinneren, hoe Hij eens een wereld schiep, hoe echter Satan en de mensch zijn werk bedierven, zoodat Hij het nu moest wegwerpen? * een: „Hij laat niet varen de werken Zijner handen'" fn Paradijsachtige aarde, bewoond door onsterfelijke schepselen, een mensch naar Zijn beeld geschapen die eeuwig als koning en priester over deze aarde heerschen zal, dat wilde Hij, dat wil Hij. Prachtvol is t e parallellie tusschen de eerste en de laatste bladzijde des bijbels; hier zoowel als daar een paradijs in het licht < ezelfde vruchtdragende boom des levens, dezelfde stroomen des levenden waters, dezelfde mensch, die, nu ^eer opgestaan, van deze vruchten eten en van dat water drinken zal. Maar daarbij komt nog als heerlijke toegift het nieuwe Jeruzalem, dat Johannes van den ïemel op de aarde neder ziet dalen, de witte kleederen die de gerechtigheid der heiligen aanduiden, de kroonen der overwinnaars en de gouden harpen Maarmede zij eeuwig liederen begeleiden. Voorbij zijn c aarentegen de nachten van de eerste schepping en verdwenen is de boom met de verboden vrucht in het paradijs. „Daar zal geen oordeel meer zijn."

aar echter geen gebod is, daar is geen zonde meer mogelijk. ant ook de oude slang, met de haren

Sluiten