Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jeruzalem en de geheele openbaring bewijzen voldingend, dat er hemelsche en helsche ruimten zijn en dat zij er eeuwig zullen zijn.

Toegegeven moet worden, dat de ruimte, zooals onze zwakke geest die hier beneden kent, een keten, een onvolkomenheid is. Is dat wat veraf is, niet even reëel, bestaande, als wat dichtbij is? Welk een zonderbare wet der ruimte en van het geschapene, dat zij ons het bestaande omsluiert en maakt, dat onze kennis met het quadraat van den afstand afneemt! In God is nabij en verre 't zelfde.

Hoe stellen zich toch bovengenoemde Christenen, licht en kleuren voor zonder ruimte, of spreken, loven, zingen zonder tijd, hoe het lichaam der opstanding der verlosten zonder deze beide? Ja, hoe denken zij zich eenige openbaring van de nieuwe aarde, en deze nieuwe aarde zelf, zonder vorm en grootte, dus zonder getal? Want het getal, dat toont reeds de meest eenvoudige logika aan, het getal is, b. v. reeds in de goddelijke drieëenheid, de oer-wet van al wat geschapen is, de oer-voorwaarde van geest en stof, de wortel van tijd, ruimte, vorm en grootte. Is niet langer 1 = 1 en 1 + 1 = 2, dan zijn Christus en ik in den hemel ook geen twee meer en alle denken houdt op.

Het zich verzinken in de stof, de vereering van de verwerkte stof en van de machine, die onzen tijd kenmerkt, roept als noodzakelijke terugslag bij vele minder materieele zielen een tegenzin tegen de stof te voorschijn, ja een hekel aan de materie in 't

Sluiten