Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Vergadering was zeer druk bezoclit, ook door verscheiden dames.

Behalve den inleider, Mr. J. Simon van der Aa, namen aan

bet debat deel de H.H.:

Dr J. H. Gunning Wz., privaat-docent voor practische en

theoretische Paedagogiek aan de universiteit te Utrecht.

Mr. P. Cour van der Linden, oud-Minister van Justitie,

te 's-Gravenhage.

Ds. H. Pierson, directeur der Heldring-Gestichten, te Zetten.

J. W. Gerhard, onderwijzer, te Amsterdam.

J. Versluijs, leeraar te Amsterdam.

Dr. F. J. Soesman, geneesheer, te Amsterdam.

Mr. Z. van den Bergh, advocaat en procureur, lid van den

Gemeenteraad, te Amsterdam.

Prof. Mr. G. A. van Hamel, Hoogleeraar in de faculteit dei-

Rechtsgeleerdheid aan de universiteit, te Amsterdam.

Jlir. Mr. D. O. Engelen, President van de Arrondissements-

Rechtbank, te Zutphen.

Dr. J. Th. de Visser, lid van de Tweede Kamer der Staten-

Generaal.

De Voorzitter, Jhr. Mr. Rethaan Macaré. Met een enkel woord ter kenschetsing van het streven van onzen Bond, wensch ik deze openbare vergadering te openen en ik voel mij daartoe te meer geroepen, nu er in deze — tot onze vreugde — zoo talrijk bezochte vergadering vele personen zijn, voor wie

onze Bond nog betrekkelijk een vreemdeling is. _

Het is vrij algemeen bekend, dat in de laatste dertig jaren op het gebied van strafrecht en kinderbescherming eene beweging is ontstaan, uitgaande van het hoofddenkbeeld, dat kinderen moeten behandeld worden als kinderen en dat de Staat die vooral tot plicht heeft kwaad te voorkomen, dus allereerst het oog heeft te vestigen op de kinderen, ten einde tegen te gaan dat zoovele kinderen opgroeien tot misdadigers. Die richting heeft zich het eerst baan gebroken in Frankrijk, waar

Sluiten