Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er blijft dus over de kinderen, die gestraft moeten worden. Yoor lien is eigenlijk bedoeld de tuchtschool. Dat is dus niet een opvoedingsgesticht, evenmin een gevangenis, maar een stiafplaats voor jeugdige gelegenheidsmisdadigers. Omdat het kinderen zijn, worden zij geplaatst onder voortdurende leiding en aanhoudend toezicht. Want evenzeer als voor een kind een onmisbare behoefte is voedsel en kleeding, zoo is ook een levensbehoefte, dat het voortdurend wordt gesteund en geleid. Het is een vrijheidsstraf voor het kind, die wordt ondergaan onder, voortdurende leiding.

Ik meen reeds te lang te hebben gesproken. Ik wensch echter nog dit te zeggen, dat; wanneer men in het oog houdt de beginselen waarvan de wetgever is uitgegaan, men, van zelf zal zien welke de beginselen zijn, die aan de inrichting der tuchtscholen moeten ten grondslag liggen.

Yan het meeste belang is de vraag, het is reeds gezegd en het is ook mijne vaste overtuiging, of er geschikte personen te vinden zullen zijn om aan het' hoofd der tuchtscholen te staan. De man of vrouw, die aan het hoofd zullen staan, zullen moeten zijn gestreng, want men verlieze niet uit het oog, dat het geplaatst worden, in de tuchtschool een straf is. Maar in de tweede plaats moet het hoofd een paedagoog zijn, die er rekening mede weet te houden, dat er kinderen zijn opgenomen, die ten goede geleid moeten worden. In de derde plaats moet het hoofd een christen zijn. Ik bedoel daarmede n,u niet, dat' het een gedoopte moet zijn, want ik heb joden gekend, die heel wat beter christen waren dan menige man, die den naam \ an christen droeg. Met christen-zijn bedoel ik, dat men, doordrongen zij van liefde tot het kind; want het is een eigen kenmerk van christelijken zin dat men, de kinderen eert en liefheeft. Immers het kind is het beste wat wij hebben in de wereld èn voor het individu èn voor het volk. Een volk, dat kinderen wieed behandelt, is geen beschaafd, is geen christenvolk, al zaait het de geheele wereld over met zijn eigen bedehuizen. Ik ben o\ ertuigd, dat ons land mannen en vrouwen te over heeft, die ernstig genoeg zijn en paedagoog genoeg en christen genoeg om de

Sluiten