Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat het onthouden van andere hulp, door voogdijraadsinmenging, het spoedigst definitieve uitkomst zal verschaffen. Men bedenke voorts, hoe veelvuldig, als men het schuldvereischte laat vallen, de ontzettingsgevallen zullen worden met al de bedenkelijke consequenties, die Mevr. Vlielander Hein daaromtrent heeft te berde gebracht. Wordt het smadelijk karakter, hetwelk een ontzetting behoort aan te kleven, daaraan ontnomen, nog veel meer dan thans reeds het geval is zullen vele ouders het er maar op aan laten komen en trachten op allerlei wijzen hun kinderen kwijt te geraken.

Het is daarom van het meeste belang, dat ontzetting, in de oogen van het volk een schande blijve. Zoo zij al niet een strafmaatregel is, zoo mag zij toch alleen worden toegepast op beslist onwaardige ouders.

De Voogdijraad trachte niet, uit overgroote goedheid des harten, ook die gevallen — van armoede — te verhelpen, die enkel en alleen op het gebied van armenzorg liggen. En bij ontheffing zij men in dezen nog voorzichtiger dan bij ontzettingen. Hier is het gevaar, dat men de Kinderwetten zal willen misbruiken om de armenzorg tegemoet te komen, nog veel grooter.

Is de onmacht enkel een financiëele, zoo gaat het niet aan den zoo gewichtigen ouderlijken band door te snijden, enkel om op deze wijze de staatsgelden te kunnen gaan aanwenden ten bate van de verpleging der kinderen. Allereerst zijn de ouders tot zorg aangewezen; schieten zij daarin door geldgebrek tekort, zoo behoort allereerst grooter eigen inspanning, straks wellicht ook armenzorg daarin te voorzien. Wie op dien grond de ouders geheel van de zorg voor hun kinderen zou willen ontheffen, zal grootelijks schuldig zijn, als de gezinseenheid meer en meer te niet zal worden gedaan en het moreele gewicht van het ouderlijk verband te loor gaat. Zonder aarzelen is dus onze conclusie deze: geen ontzetting dan bij kwaadwilligheid van den

Sluiten